Berichten

Steeds meer Belgische Noordzeevissers nemen het zwerfvuil uit hun visnetten mee naar land in plaats van het opnieuw over boord te gooien.

In 2016 ging Fishing For Litter van start, een project dat de vissers aanmaant om het aangetroffen afval mee aan wal te brengen. Daar wordt het gerecycleerd. De rederijen doen op vrijwillige basis mee, maar het enthousiasme groeit overduidelijk.

Verzamelden de schepen in 2017 nog twee ton, dan liep dat in 2020 op tot 18 ton. In 2021 klokten ze zelfs af op 65 ton. Ook het aantal deelnemende rederijen ligt in stijgende lijn. “Het is niet enkel goed voor de zee zelf, maar ook voor het imago van de vissers”, verklaarde minister van Noordzee Vincent Van Quickenborne (Open VLD). “Zij dragen echt bij tot een betere zee.”

De Brusselse start-up Octave geeft afgedankte batterijen uit elektrische auto’s een nieuw leven. Als opslagcapaciteit voor groene energie.

In Zelzate toont een prototype het potentieel van het nieuwe innovatieve systeem. Overdag slaan oude batterijen groene energie uit 55.000 zonnepanelen op. Na zonsondergang leveren ze stroom aan de waterzuiveringsinstallatie die er dag en nacht draait.

Volgens Octave is het batterijsysteem vooral nuttig voor kmo’s en industriebedrijven. “Zo kunnen we het energiebeleid van ondernemingen optimaliseren”, klinkt het. Door de zelfconsumptie te verhogen en het piekverbruik te verminderen, leidt dat op termijn tot lagere energiefacturen. In de toekomst hoopt Octave de gerecycleerde batterijen eveneens mobiel in te zetten.

Met flexibele werkplekken zorgde Nnof voor meer verbondenheid in het nieuwbouwproject van Alcon. “Iedereen komt weer graag naar kantoor.”

Alcon, een wereldwijde referentie voor oogverzorging en -chirurgie, zocht in 2019 onderdak voor zijn administratie. Uit gesprekken met potentiële partners kwam Nnof als beste. In plaats van de geplande 80 vaste werkplekken opperde Nnof een concept met 51 flexibele werkplekken.

De indeling is uniek, met telefooncellen, cockpits, focuswerkplekken voor één persoon, overlegplekken met zachte kussens, een multifunctionele aula en een groen terras dat buiten werken toelaat. “Naast de twee thuiswerkdagen, die we al hadden voorzien voor de pandemie, komen onze medewerkers graag terug samen in een mooie kantooromgeving. Dit stimuleert mee het groepsgevoel naast het thuiswerken”, lacht Dirk Tierens van Alcon.

We verzuipen in het werk, hebben spijt van onze carrièrekeuzes en krijgen massaal burn-outs. De oplossing voor die problemen liggen nochtans voor het oprapen: meer flexibiliteit.

Een onderzoek van de Antwerp Management School en de Vrije Universiteit Amsterdam peilde naar de loopbaantevredenheid van werknemers. Die gaven hun carrière gemiddeld 7,37 op tien, maar 20 procent zegt helemaal niet tevreden te zijn. Een derde heeft spijt van het loopbaantraject. Uit een studie van de UGent rond het welzijn bleek dan weer dat een op vier verzuipt in het werk. Een op zes voelt zich vaak tot altijd mentaal uitgeput. Geen wonder dat de Onafhankelijke Ziekenfondsen vaststellen dat alsmaar meer werknemers thuisblijven met burn-outs en depressies.

Inclusiviteit & flexibiliteit

Tot zover het slechte nieuws. Want er bestaan oplossingen. Zo benadrukt Sofie Jacobs van de Antwerp Management School de nood aan realistische beroepsvooruitzichten. “Juiste coaching bij starters op de arbeidsmarkt kan helpen om de reality shock bij de transitie van onderwijs naar werk op te vangen.” Ze pleit voor inclusiviteit, voldoende kansen voor iedereen. “Zo blijven alle groepen op de arbeidsmarkt op de radar.”

Geestelijke gezondheid en werkgeluk verzekeren een duurzame loopbaan. Het codewoord daarbij is flexibiliteit. Onder meer telewerk draagt daartoe bij. Uit een ondervraging van SD Worx blijkt dat acht op tien werknemers merkt dat telewerk de balans tussen werk en privé bevordert. Ook een vierdagenwerkweek en het recht op deconnectie kunnen helpen. Al uit flexibiliteit zich eveneens op andere manieren, bijvoorbeeld in interne mobiliteit en omscholing om het werk zinvol en uitdagend te houden.

Sinds de pandemie verlangen werknemers naar een duurzame, milieuvriendelijke werkplek. Veel werkgevers blijven evenwel achter, blijkt uit Nederlands onderzoek in opdracht van Tork.
Corona veranderde de blik van veel werknemers. Zij denken meer na over hun impact op het milieu. En over wat ze kunnen doen om die te verminderen. Die bewuste werknemers verwachten eenzelfde engagement van hun oversten, maar helaas: de (al dan niet sporadische) terugkeer naar kantoor na het massale telewerken leidt tot desillusies.

Zo is 43 procent van de ondervraagden teleurgesteld dat hun werkgever niet verduurzaamde tijdens de pandemie. 56 procent noemt het eigen kantoor zelfs “beschamend milieuonvriendelijk.” Vooral lopende kranen, bedrijfswagens op benzine, papieren koffiebekertjes en energieverslindende handendrogers zijn een doorn in het oog. 71 procent van de werknemers heeft het gevoel zelf het voortouw te moeten nemen.

Verschoven houding

Nochtans dragen inspanningen van werkgevers niet enkel bij tot een prettige werkomgeving, ze geven vaak ook de doorslag in de strijd om talent. Bij het zoeken naar een nieuwe job wil 70 procent van de ondervraagden namelijk solliciteren bij een onderneming met een milieuvriendelijke reputatie, een bedrijf dat duurzame actie onderneemt.

Werkgevers moeten zich daarvan bewust zijn, stelt Ineke van den Bremt, marketingmanager van het hygiënebedrijf Essity. “De afgelopen achttien maanden verschoof de houding van werknemers. Duurzaamheid wordt serieuzer genomen dan ooit. Eenvoudige stappen, zoals het verbeteren van recyclage en het verminderen van energieverbruik, kunnen al een verschil maken. Maar enkel wanneer je werknemers erbij betrekt.”

De tanende biodiversiteit dreigt een grotere uitdaging te worden dan het klimaat. Gelukkig hebben we de oplossing al: circulaire economie.

Een studie van het Finse innovatiefonds Sitra kwantificeert de rol van de circulaire economie in het aanpakken van de biodiversiteitscrisis. Daarbij focust het op een vier sectoren met de grootste impact: voeding, bouw, textiel en bosbouw. Door afval te vermijden en producten te maken die lang meegaan, verminderen we de noodzaak om natuurlijke hulpbronnen uit te putten. “Het goede nieuws: circulaire economie werd grotendeels over het hoofd gezien als kans, ook al liggen de circulaire oplossingen al klaar”, zegt projectleider Kari Herlevi. “Die kunnen de achteruitgang van biodiversiteit snel een halt toeroepen.”

Veel Belgische kmo’s staan sceptisch tegen overheidsopdrachten. Maar volgens Anne Lenaerts van Nnof is dat niet nodig. “Aanbestedingen zorgen voor stabiliteit in kwetsbare tijden.”
Veel ondernemers zijn weinig vertrouwd met het wettelijk kader rond overheidsopdrachten. Ze vrezen dat die bergen administratie met zich meebrengen of veel tijd in beslag nemen. Of ze vinden de weg ernaartoe niet. Dat uit zich in de cijfers. Tegenover hun tegenhangers in de rest van Europa rijven Belgische kmo’s beduidend minder aanbestedingen binnen. Andersom gaat slechts 30 procent van de beschikbare overheidsopdrachten naar kmo’s, terwijl de EU 45 procent voorop stelt. België is daarmee de slechtste leerling in de Europese klas.

Stabiliteit

Nochtans biedt de overheid veel kansen voor ondernemers. Maar liefst 14 procent van het bbp schuilt in overheidsopdrachten. Het gros daarvan wordt uitgeschreven door lokale besturen. Daarom moedigt UNIZO Vlaams-Brabant & Brussel ondernemers aan om hun kans te wegen. Met infosessies probeert het de drempel te verlagen. Tegelijkertijd zet het lokale besturen aan om kmo-vriendelijker te handelen. Door duidelijke criteria te hanteren, procedures te vereenvoudigen en de papierberg te beperken.

Anne Lenaerts, marketingdirecteur van Nnof, moet niet overtuigd worden van het potentieel. Vooral tijdens de coronacrisis heeft Nnof veel te danken aan openbare aanbestedingen. “Toen zetten veel privébedrijven hun investeringen stop, terwijl de bestellingen via overheden bleven lopen. Logisch: overheidsbedrijven zijn veel minder crisisgevoelig. In die zin zorgen aanbestedingen voor meer stabiliteit wanneer het economisch klimaat kwetsbaar is.”

Bedrijven met een evenwichtige mix tussen jong en oud, ervaren een positief effect op welzijn en productiviteit. Het omgekeerde geldt ook.

Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Antwerpen en de Antwerp Management School. “Jongeren en ouderen hebben andere kennis en ervaring”, verklaart Kim De Meulenaere, professor organisatiegedrag en hr-management. “Als je die samenbrengt op de werkvloer kan dat leiden tot synergie.” Gevolg: meer creativiteit, snellere besluitvoering en betere innovatie.

Al is een mix alleen onvoldoende. Die vereist inclusie – op vlak van leeftijd, gender, etniciteit. Ieder moet de kans krijgen om kennis te delen. Andersom geldt dat een te eenzijdige leeftijdsstructuur nadelig werkt. Vooral oudere werknemers ondervinden dat.

Bij 70 bedrijven in het VK start een proefproject rond de vierdaagse werkweek. Meer dan 3000 werknemers zullen er een dag minder werken voor hetzelfde loon.

Het initiatief komt van de vzw 4 Day Global Week. Samen met de universiteiten van Oxford, Cambridge en Boston onderzoekt de vzw de impact van zo’n maatregel op productiviteit, welzijn en duurzaamheid. De bedrijven komen uit sectoren als onderwijs, financiën, zorg en toerisme. Zelfs een fish-and-chipskraam doet mee aan het experiment.

Zes maanden lang zullen hun werknemers een dag minder werken voor hetzelfde loon, al dienen ze wel evenveel werk te verrichten als voorheen. “De vijfdaagse werkweek stamt uit de 20e eeuw. Dat past niet meer bij het bedrijfsleven van de 21e eeuw”, motiveert een deelnemend directeur.

De buurlanden slaan de handen in mekaar wat betreft duurzame infrastructuur en circulaire bouw. Die intentie spraken ze in mei uit tijdens een Nederlandse handelsmissie in België.
Zowel steden (onder meer Amsterdam, Mechelen en Leuven), sectororganisaties (zoals de Vlaamse Confederatie Bouw), ondernemingen als kennisinstituten uit beide landen wisselden tijdens de handelsmissie ervaringen uit. “België is onze tweede handelspartner wereldwijd”, zei Liesje Schreinemacher, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. “De delta van Schelde, Rijn en Maas is éen geïntegreerd geheel. België en Nederland zijn al 400 jaar Europese koploper in economische innovatie, zoals bij de aanleg van moderne havens. Ook op het gebied van circulaire economie willen we voorop lopen.”

Boost voor de circulaire economie

België en Nederland willen tegen 2050 volledig circulair draaien. Doel: het milieu schoner achterlaten en minder afhankelijk zijn van buitenlandse grondstoffen. De circulaire bouwsector – momenteel in beide landen goed voor 130 miljard euro per jaar – moet een fikse bijdrage leveren aan die ambitie. “We zullen nog intensiever moeten samenwerken in Europa”, beseft Vivianne Heijnen, staatssecretaris van Infrastructuur.

Zij wees erop dat zowel in Nederland als België de komende jaren heel wat infrastructuur aan reparatie of vervanging toe is. “Door circulair aan te besteden, kunnen wij een boost geven”, zei Heijnen. “Zo kunnen we de transitie naar de circulaire economie versnellen.” Tijdens de handelsmissie stonden onder meer circulair slopen, retourlogistiek, circulaire materialen en het opschalen van circulaire zakenmodellen op de agenda.