Berichten

Als het van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) afhangt, neemt ons land tegen 2030 het voortouw wat betreft circulaire economie.
De werkgeversorganisatie steekt de ambities niet onder stoelen of banken. “Circulariteit is de sleutel voor een veerkrachtige en welvarende economie”, stelt gedelegeerd bestuurder Pieter Timmermans in Trends. Het VBO lanceerde daarom een visienota met vijf aspiraties.

Tegen 2030 moet België de beschikbaarheid van materialen maximaliseren.

Ons land moet ook koploper worden in circulair ontwerp en productie, circulairegebruiksmodellen, het hoogwaardig terugwinnen van materialen en het gebruik van enablers voor de circulaire economie. “We willen ook Europees de circulaire kar trekken”, zegt Timmermans.

De Europese economie moet tegen 2050 volledig circulair zijn. Om die doelstelling te halen, moeten normen worden opgelegd voor de gehaltes aan gerecycleerd materiaal in producten, die al tegen 2030 bereikt moeten worden. Dat staat in een resolutie die met een ruime meerderheid werd goedgekeurd in het Europees Parlement.
De helft van de totale broeikasemissies, meer dan 90% van het biodiversiteitsverlies en de druk op de waterstanden zijn het gevolg van de winning en de verwerking van grondstoffen. Er moet dan ook zuinig mee worden omgegaan, leert onderzoek van het International Resource Panel.

Het Europees Parlement vraagt bijgevolg dat veel aandacht wordt besteed aan de ontwerpfase van de producten. In dat stadium wordt namelijk tot 80% van de milieu-impact ervan bepaald.

In een resolutie stelden de parlementairen daartoe een uitbreiding van de ecodesign-richtlijn voor, waardoor bij de conceptie van nieuwe producten zoveel mogelijk wordt gewerkt met onderdelen die makkelijk te herstellen of te recycleren zijn.

Bovendien mag er best wat druk worden gezet. Het Parlement wil namelijk dat er concrete doelstellingen voor elke sector en voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal in een aantal producten worden bepaald, die al in 2030 gehaald moeten worden.

574 parlementsleden schaarden zich achter de tekst, 22 stemden tegen en 95 onthielden zich.

Zowel de Vlaamse als de Waalse overheid zetten de zeilen bij in de overgang naar een circulaire economie. Het kan ook niet anders. Willen we de wereld leefbaar houden, moeten we er voor zorgen dat grondstoffen niet telkens opnieuw uit de aarde worden gehaald, maar maximaal in de economie blijven.

In Vlaanderen is de transitie naar een meer circulaire economie als een van de zeven prioriteiten opgenomen in Visie 2050, dat over de grenzen van de beleidsdomeinen heen een langetermijndoel uittekent.

Onder de noemer Vlaanderen Circulair richtte de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij deze cel op om de transitie te begeleiden. Ze ondersteunt het opbouwen van partnerschappen en gedeeld eigenaarschap. Ook bundelt ze kennis en geeft ze gerichte beleidsrelevante onderzoeksopdrachten. En ze stimuleert innovatie en ondernemerschap richting circulaire economie.

Ook in Wallonië staat de tijd niet stil. Parlementsleden van diverse partijen maakten samen met de Koning Boudewijnstichting een rapport, waarin ze het belang van de circulaire economie beklemtoonden. De transitie moet tegen 2030 de behoefte aan primaire grondstoffen met 30 procent verlagen en de uitstoot van CO2 met de helft verminderen. Bovendien kan een omschakeling op korte termijn voor 36.000 nieuwe jobs zorgen, in België alleen.

Om de overgang te versnellen, pleiten de auteurs voor een Minister voor Circulaire Economie, voor het stimuleren van de aankoop van circulaire goederen door de overheid en voor het samenbrengen van de diverse actoren die betrokken zijn bij het circulair ondernemerschap.