Het hergebruik van goederen raakt steeds meer ingeburgerd. Bijna twee op de drie Vlamingen hebben vorig jaar een reeds gebruikt product gekocht, verkocht, gekregen of weggegeven.

In totaal goed voor 33,8 kg per persoon. Dat is veel meer dan tot nog toe werd aangenomen. Een nieuwe studie van het Steunpunt Circulaire Economie beperkte het hergebruik niet langer tot wat de Vlamingen in de Kringwinkel kochten, de onderzoekers hielden ook rekening met aankopen op tweedehandssites, veilingen, rommelmarkten, bij garageverkopen en bij het informeel doorgeven aan familie en vrienden. Het hergebruik was dan geen 5,4 kg per persoon, maar 33,8 kg.

Met herbestemd kantoormateriaal voor thuisgebruik van Nnof kan je op deze trend inspelen.

De opdracht van de facility managers, die instaan voor het onderhoud van de kantoren en er ook moeten voor zorgen dat de werknemers alles ter beschikking hebben om hun taken goed te uit te voeren, is veeleisender geworden.

Bij hun aankopen moeten ze niet alleen rekening houden met de prijs en de kwaliteit, maar ook met de duurzaamheid ervan.

Het verlagen van de ecologische voetafdruk, die steeds hoger op de agenda staat, begint bij de inkoop. Dat geldt onder meer bij de aankoop van schoonmaakmiddelen en het inhuren van een poetsfirma. Belangrijk daarbij is onder meer het waterverbruik en welke schoonmaakmiddelen worden ingezet.

Er zijn voldoende middelen die het milieu minder belasten.

Een vloer met geschiedenis. Dat was de parketvloer in het Brusselse Beursgebouw zeker. Jarenlang werd hij belopen door beursmakelaars die aandelen kochten en verkochten. Hij maakte dan ook meerdere crisissen mee.

Toch moest hij de deur uit. Het Brusselse beursgebouw is al sinds 2015 niet meer de thuis van Euronext Brussel, dat naar een modern pand verkaste. Er komt een biermuseum in de plaats. En daarvoor zijn verbouwingen nodig.

De stad Brussel, die eigenaar is van het Beursgebouw, besloot de parketvloer niet te laten afvoeren, maar verkocht hem met het oog op hergebruik. Er waren 73 loten van zowat 20 m². Twee kopers kochten hem voor in totaal 29.840 euro.

Op zoek naar een ontwerp waarin gerecycleerd materiaal past? Bij Nnof zit je goed.

Bedrijven volgens een echt circulair model laten werken, is een pak complexer dan via een traditionele bedrijfsvoering.

Je moet immers ook volledig inzicht krijgen in de keten van je leveranciers en in die van je afnemers. Dat stelden research teaching assistent Giulia Caterina Verga van de Université Libre de Bruxelles (ULB) en research associate Jean Mansuy van de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) in een webinar over een circulaire bedrijfsvoering bij het Verbond van Belgische Ondernemingen(VBO).

Mansuy: “Een circulair bedrijf moet de volledige herkomst van zijn grondstoffen kennen. Ook moet het weten wat zijn klanten vervolgens met de afgewerkte producten gaan doen. Anders kan je de cirkel niet sluiten.”

“Een oplossing hiervoor is dat je een groter deel van de productieketen in eigen handen neemt of dat je voor geëngageerde partners kiest”, aldus nog Mansuy.

“Een circulair bedrijf heeft ook een extra dimensie in zijn bedrijfsmissie”, aldus Verga en Mansuy. “Het is niet alleen zorgen voor een toegevoegde waarde, waarvoor je klanten bereid zijn om te betalen. Maar tegelijk de producten zo ontwerpen en produceren dat er op een efficiënte manier wordt omgegaan met grondstoffen. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een langer leven voor je producten, voor de mogelijkheid om ze te herstellen of een tweede leven voor andere toepassingen te geven.“

Verga: “Hierbij moeten we wel opletten voor een klassieke val: meer consumeren omdat de producten beter zijn.”

Nnof, Transmoove en Nnofcare willen niet alleen voorlopers zijn op het vlak van circulaire economie, we hebben ons ook geëngageerd om de SDG-doelstellingen van de Verenigde Naties actief te ondersteunen.

De Sustainable Development Goals (SDG) of Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen werden in 2015 door de Verenigde Naties goedgekeurd. Ze hebben tot doel om tegen 2030 de armoede te bannen, de ongelijkheid te bestrijden en de klimaatverandering aan te pakken.

Bedrijven die het goed voorhebben met de wereld en de maatschappij kunnen hiertoe bijdragen door acties te ontwikkelen. Wie in een periode van vijf jaar drie keer positief wordt geëvalueerd, ontvangt het internationale certificaat van de VN en wordt bekroond tot SDG Pioneer. In ons land gebeurt de opvolging door VOKA, UWE en VOB.

De Nnof-bedrijven kregen deze erkenning al. We zetten daartoe in op een hele reeks SDG’s. Het gaat onder meer om SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie). Dat doen we door voor al onze zitmeubelen niet alleen gerecupereerde meubelplaten te gebruiken, maar ook door het vervoer te groeperen en een brandstof te gebruiken waarvan het effect op het milieu lager is dan gebruikelijk.

Verder ondersteunen we SDG 10 (ongelijkheid verminderen). Dat doen we onder meer door samen te werken met een sociale werkplaats, waarbij we dagelijks mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt inzetten.

En ook SDG 15 (leven op het land) kan op ons rekenen. Zo helpen we klanten graag bij de keuze voor biodiversiteit bij de heraanleg van hun buiteninfrastructuur.

Ook de mode ontsnapt niet aan de trend tot hergebruik, al spreekt de sector liever van upcycling.

De Italiaanse ontwerper Giorgio Armani noemde begin dit jaar het ritme waarin nieuwe collecties worden gelanceerd crimineel. Het houdt het tempo waarin kleding veroudert erg hoog en het zorgt voor overstocks.

Zijn signaal wordt opgepikt. Zelfs door een luxefabrikant als Louis Vuitton. De herencollectie voorjaar-zomer 2021 telt 25 ontwerpen die vertrekken van oude kledij, die ‘upcycling’ ondergaan.

Ook kleinere producenten doen mee. Het Belgische Shake & Kai maakt kleding die voor 50% bestaat uit gerecycleerde katoen en voor de overige 50% uit polyester van gebruikte plastic flessen.

Bedrijven en organisaties die op zoek zijn naar materiaal om hun werknemers te beschermen tegen het coronavirus kunnen ook terecht in de webshop van Nnof.

Onder de rubriek ‘physical distancing’ vindt u schermen die u tussen de diverse werkposten kan plaatsen om de overdracht van het virus te belemmeren.

Het aanbod is ruim. Er zijn zowel stijlvolle doorzichtige schermen in glas of plexi als niet-doorzichtige PVC-hoezen en panelen in HPL-laminaat. De producten, die we onder de naam Mrs Protective bundelen, zijn leverbaar binnen de veertien werkdagen.

De coronapandemie versnelt de omschakeling naar een circulaire economie. Steeds meer ondernemers zijn er zich van bewust dat ze zuinig moeten zijn met grondstoffen, blijkt uit de resultaten van een bevraging van de werkgeversorganisatie Etion en het socialedienstenbedrijf Acerta.
85% van de ondervraagde ondernemers noemt duurzaamheid het nieuwe normaal in hun bedrijfsvoering. Ze vertalen dit dan doorgaans in het vermijden van afval (93,9%), het inzetten op telewerk (83,7%), duurzaamheidscriteria bij aankopen (81,2%) en een lager gebruik van grondstoffen en materialen (80,0%). Hergebruik en recyclage van materialen wordt nog door 73,6% van de ondervraagden genoemd.

Bijna zes op de tien (59,1%) bedrijfsleiders gaan ervan uit dat de coronapandemie de omschakeling naar een circulaire economie een extra duw in de rug geeft. “Een crisis verscherpt vaak de richting én de snelheid van economische trends. Never waste a good crisis, is niet zomaar een gezegde. Het is minstens een uitnodiging en eigenlijk een opdracht. Meer dan de helft van onze bedrijfsleiders heeft begrepen dat het nu voor de transitie naar een circulaire economie een kantelpunt kan zijn”, laat hoofdeconoom Geert Janssens van Etion optekenen.

Die inschatting is niet alleen van belang om up-to-date te zijn in de productie, maar ook voor het aantrekken van gekwalificeerde werknemers. “Bijna zes op de tien respondenten in ons onderzoek geven aan dat sollicitanten steeds nadrukkelijker vragen naar de bedrijfsvisie over duurzaamheid en circulariteit”, vult directeur Tom Vlieghe van het Talent Center van Acerta aan.

De stad Leuven legt alvast eisen op het vlak van duurzaamheid op als ze gadgets of relatiegeschenken aankoopt.

De ambitie om het milieu en het klimaat te sparen, begint met kleine dingen.

De geschenken die de stad Leuven aankoopt, moeten herbruikbaar zijn, gemaakt zijn uit grondstoffen die werden gerecycleerd en/of een lage CO2-voetafdruk hebben. Bij voorkeur moeten ze ook lokaal zijn geproduceerd en liefst dan nog door een sociaal bedrijf of met een fairtradelabel.

Op die manier wil Leuven komaf maken met relatiegeschenken die in een kast of in de vuilnisbak belanden.

Weet u niet goed wat u moet aanvangen met uw oude stoelen? Misschien kunt u zich laten inspireren door de Facebook-pagina van Jamy Ivens uit Lokeren. Als wielerfan beschilderde hij ze in de kleuren van oude wielertenues.

Een bruin-zwart-witte stoel van Molteni? Een wit-bordeaux-exemplaar van Faema? Een geel-blauwe van IJsboerke?
De retrostoelen spreken liefhebbers van de koers zeker aan.

Ivens kwam op het idee toen hij oude caféstoelen op de kop kon tikken. Hij combineerde daarbij zijn passie met zijn opleiding als schilder-decorateur.

Misschien zet het u aan het denken en kan dit worden gecombineerd met de expertise van Nnof. Ze zijn het gewoon oud kantoormeubilair een nieuw leven te geven.