Voelt u zich een beetje dronken? Dan heeft u voortaan een nieuw excuus: uw kantoren werden gepoetst met een nieuw schoonmaakmiddel van Ecover. De producent van ecologische wasproducten heeft namelijk een nieuw product, waarin de restalcohol die overblijft bij de productie van alcoholvrij bier werd verwerkt. Deze reststof wordt gebruikt om het schoonmaakmiddel vloeibaar en houdbaar te houden. De restalcohol komt van de AB InBev-brouwerij in Leuven. Ze wordt overgebracht naar de fabriek van Ecover in Malle, waar ze in de schoonmaakproducten wordt gemengd. Op die manier blijft ook het transport beperkt.

Op zoek naar een originele aankleding van uw kantoor? Dan behoort een wandtapijt misschien tot de mogelijkheden. En waarom geen tapijt dat volledig is gemaakt met restgarens en overstock van bedrijven en textielwerkplaatsen? Grafisch designer Victor Verhelst en textielontwerper Thomas Renwart van het circulair ontwerpbureau Monseigneurs wonnen er nog de BKRK (Bokrijk)-Award mee. Verhelst en Renwart laten zich voor hun circulaire wandtapijten en doeken inspireren door de natuur. Nadien vertalen ze hun grafische tuin in textiel, waarbij ze oude ambachten combineren met nieuwe technieken.

Alle overheden in ons land worden zich steeds meer bewust van het belang van de circulaire economie. Zowel de Vlaamse als de Waalse en de Brusselse regering besteden er in hun regeerakkoord aandacht aan. De Vlaamse overheid zegt zelf het goede voorbeeld te willen geven door bij openbare aanbestedingen circulaire voorrangsregels in te stellen. Ook stelt ze in haar regeerakkoord dat producten slimmer ontworpen moeten worden, zodat ze langer meegaan en makkelijker herstelbaar, herbruikbaar en recycleerbaar zijn. “We bevorderen herstelling van producten en hergebruik van onderdelen. Recyclage vormt de sluitsteen om alle grondstoffen maximaal te herwinnen”, heet het. Het Waalse regeerakkoord vermeldt dat de ontwikkeling van de circulaire economie een belangrijke as van de economische en industriële politiek moet zijn zodat ze een opportuniteit wordt voor het Waalse bedrijfsleven. Ook moet ze de overheid helpen om haar internationale engagementen op milieuvlak met een bijzondere aandacht voor het optimaal gebruik van grondstoffen na te komen. Het Brusselse regeerakkoord vindt het noodzakelijk om over te stappen van een lineair economisch model naar een circulair model. Daarom zegt de regering dat ze op basis van haar Strategie 2025 zal instaan voor de gecoördineerde sturing van het Gewestelijk Programma voor de Circulaire Economie (GPCE), het Hulpbronnen- en Afvalbeheerplan (HABP) en het industrieplan. Zij wil deze plannen ook verder versterken om onder meer de opkomst van nieuwe bedrijfstakken die grond- en afvalstoffen hergebruiken voor nuttige doeleinden te stimuleren.

De Vlaamse overheid is ervan overtuigd dat ze haar oud meubilair beter kan laten opwaarderen om het opnieuw te gebruiken in plaats van alles weg te gooien en volledig nieuw te bestellen. Of ze kan dergelijk gerefurbished meubilair ook extern inkopen. Ze sloot hiervoor twee raamcontracten met Nnof. Met de keuze voor een circulaire kantoorinrichting geeft het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid een zeer belangrijk signaal. Al haar diensten, inclusief die van de openbare instellingen en die van steden en gemeenten en OCMW’s, kunnen via de raamcontracten voor refurbishment kiezen. Daarbij worden zoveel mogelijk meubelen hergebruikt. Lukt dat niet, dan worden de goede onderdelen ervan gerecupereerd om er andere zaken mee te maken. Die keuze zorgt niet alleen voor milieuwinst, de overheid speelt er ook mee in op een maatschappelijke trend. De circulaire economie wordt de norm. Ze laat ook toe om authentiek te zijn. Nnof staat in voor de inventarisatie van wat beschikbaar is, het leveren van ideeën voor een refurbishment, het ontwerpen van het nieuwe interieur met de nodige functionaliteiten en gewenste look & feel, de uitvoering ter plaatse en de veranderbegeleiding. Daarbij wordt een maximaal circulair resultaat beoogd. Zes stappen worden overlopen. Wat verhuist 1 op 1? Wat zetten we na aanpassingen terug in? Wat gebruiken we als grondstof voor andere werkplekken? Wat kopen we nieuw aan? Wat verkopen we of schenken we weg? En wat voeren we af? Voor de uitvoering werkt Nnof met lokale mensen, onder wie sommigen met een sociale achterstand. Is het nodige materiaal niet in de eigen organisatie ter beschikking, dan kan de overheid standaardproducten van Nnof kopen. Elk traject wordt begeleid door een projectmanager van Nnof. Die zorgt ook voor een uitgebreide rapportering met de resultaten op het vlak van CO2-besparing.

Van 18 tot 20 november 2019 was België gastland voor de Hotspot van de circulaire economie. Gedurende die drie dagen liet ons land zien dat het een aantal bedrijven telt die leider zijn in dit domein. Tijdens een conferentie voor bedrijfsleiders stelde directeur Hans Bruyninckx van het Europees Milieuagentschap het rapport van zijn instelling over de circulaire economie voor. Hij had ook een boodschap: “De ambities en initiatieven van Europa’s circulaire economie zijn veelbelovend, maar ze staan nog in de kinderschoenen. Het is tijd om het tempo op te voeren van eerste stappen naar grote sprongen die onze niet-duurzame productie- en consumptiesystemen ingrijpend omvormen.”

Zoekt u nog een goed excuus om een fles wijn te openen? Misschien kunt u de recyclage en het nuttige hergebruik van uw kurk wel als argument inroepen.

In West-Vlaanderen zorgen de Milieufederatie en de vzw Vlaspit zelfs voor inzamelboxen. De kurken worden die ze inzamelen worden na sortering en vermaling hergebruikt voor de productie van kurken wandpanelen en vloeren. 

Kurk heeft belangrijke voordelen. Het is een goede thermische isolator. Ook heeft het een geluiddempende werking. 

De kurken kunnen ook in korrelvorm worden gebruikt als duurzaam opvulmiddel of als grondbedekkingsmateriaal in plantenkwekerijen. 

Klagen uw werknemers van geïrriteerde ogen? Hebben ze jeuk? Hoofdpijn? Pijn in de gewrichten? Een droge keel? Concentratieverlies? Misschien kampen ze met een kantoorziekte.

De kantoorziekte slaat op aandoeningen die gekoppeld zijn aan een slecht binnenklimaat op de werkplek. De lucht is te droog of te vochtig. Of hij kan schadelijke zaken bevatten. Diverse oorzaken zijn mogelijk. In gebouwen met veel beton kan radon worden verspreid. Of er kan formaldehyde uit spaanderplaten worden rondgeblazen. Of nog: chemische componenten uit schoonmaakmiddelen.

U kunt de kantoorziekte tegengaan door goed te verluchten, kiezen voor gezonde bouwelementen en te opteren voor de juiste schoonmaakproducten.

Denkt uw bedrijf eraan te verhuizen? Misschien neemt u ook de fiscale kosten mee in uw afweging. Een vestiging in Vlaanderen is dan doorgaans goedkoper dan een in Brussel of Wallonië.

Gebouwen behoren tot de zwaarst belaste goederen, weet het studiebureau Ayming. Het bracht in kaart hoeveel onroerende voorheffing u jaarlijks moet betalen in de diverse Belgische gemeenten.

Gemiddeld bedraagt de voorheffing 41,04% van het geïndexeerde kadastraal inkomen. Maar er zijn grote verschillen tussen de gewesten. In Vlaanderen ligt het gemiddelde op 28,75%, in Brussel op 50,08% en in Wallonië op 54,85%.

Wallonië wil de leiding nemen in de recyclage van plastic afval. Het gewest heeft zelfs de ambitie om Europees kampioen terzake te worden. Daarom worden tegen 2021 zes nieuwe verwerkingsinstallaties opgestart.

De problematiek van het plastic afval is genoegzaam bekend. Aangezien de meeste plastics niet biologisch afbreekbaar zijn, blijven ze in grotere of kleinere stukjes in het milieu rondcirkelen en belanden ze zo zelfs in de voedselketen.

Alleen al in Europa wordt jaarlijks 25 miljoen ton plastic afval geproduceerd. Tot nog toe kon een belangrijk deel worden uitgevoerd naar China, maar dat land is niet langer happig om het nog af te nemen.

Europa wil dan ook iets doen aan de gigantische troep. Tegen 2030 wil het dat 30 procent van de plastic verpakkingen worden gerecycleerd.

Wallonië speelt hier nu op in. Tegen 2021 moeten in zes nieuwe fabrieken verpakkingsfilms, flessen, isolatieschuimen en elektrisch afval worden verwerkt. De projecten kwamen tot stand na een publieke oproep van de Waalse overheid. Van de 25 ingediende voorstellen, werden er uiteindelijk zes geselecteerd. 

De geselecteerde projecten hebben een totale recyclagecapaciteit van 156.000 ton plastic afval per jaar. De aanvoer ervan moet zowel uit België als uit het buitenland komen. In België wordt jaarlijks naar schatting 200.000 ton plastic afval bijeengebracht via selectieve inzameling.

De initiatieven hebben naast een ecologisch, ook een economisch rendement. Ze creëren op termijn 350 nieuwe jobs.

Bedrijven kunnen meer doen voor het behoud van de biodiversiteit dan ze denken. Ze hebben er ook alle belang bij.  Concrete voorbeelden zijn onder meer te vinden met de gratis online tool BiodiversiTree.

Nu de mens stilaan de gevolgen ondervindt van de kwetsbaarheid van het ecosysteem, wordt het behoud van de biodiversiteit maatschappelijk steeds belangrijker. Bedrijven doen er dan ook goed aan om daar ernstig rekening mee te houden. Ze hoeven dit overigens niet te zien als iets negatiefs. Integendeel. Milieu en biodiversiteit vormen voor veel ondernemingen niet langer een beperking, maar wel een troef die opgenomen wordt in de bedrijfsstrategie. 

Maar hoe vertalen bedrijven hun bekommernis in een concrete aanpak? Hiervoor kunnen ze gebruik maken van de gebruiksvriendelijke online tool BiodiversiTree. Die stelt hen acties voor binnen vier takken van de bedrijfsvoering: bedrijfsterreinen, infrastructuur, aankoopbeleid en procesvoering. Het gaat bijvoorbeeld om het hergebruik van water, het aanleggen van bijenvriendelijke bloemenperken, het opnemen van duurzame criteria bij aankopen in lastenboeken en het vergroenen van daken. Ook zijn er coördinaten van experten te vinden. 

Samen met de tool werd in maart 2019 ook het nationale luik van het platform ‘Business & Biodiversity’ gelanceerd. Die brengt overheden, bedrijfsfederaties, vakbonden, The Shift en milieu-ngo’s samen om na te denken over de relatie tussen bedrijven en biodiversiteit. 

Nnof nam deel aan de lancering van beide projecten met een getuigenis hoe bedrijven in hun aankoopbeleid rekening kunnen houden met biodiversiteit. Bovendien heeft Nnof een specialist in huis waar u terecht kan voor al uw vragen over biodiverse aanleg van een bedrijventerrein met een bijzonder lage aanleg- en onderhoudskost.