Het contract dat de Vlaamse overheid eind 2019 met Nnof sloot, deed haar vorig jaar meer dan 27.000 kg CO₂ besparen.

Alle diensten van de Vlaamse overheid – alsook de openbare instellingen, steden en gemeenten en OCMW’s – kunnen via raamcontracten voor refurbishment kiezen. Daarbij worden meubelen zoveel mogelijk hergebruikt. Lukt dat niet, dan worden de goede onderdelen gerecupereerd om andere zaken te maken. Het helpt om CO₂-uitstoot te besparen.

De belangrijkste besparing, 21.851 kg, werd in 2020 gerealiseerd bij de herinrichting van de kantoren van arbeidsbemiddelaar VDAB in Brussel, Mechelen, Diest, Aalst en Tienen. Bij de POM West-Vlaanderen bedroeg de winst
2.280 kg.

Het Brussels Gewest profileert zich als een ideale speeltuin op het vlak van innovatie en circulariteit. De veelal oude bebouwing biedt een grote opportuniteit voor het hergebruik van materialen.

Het hoofdstedelijke grondgebied wordt gekenmerkt door de hoge dichtheid van zijn bebouwde oppervlakte. Bovendien dateren zeven op de tien gebouwen van voor 1945. Bij veel bouwwerven komen dan ook sloop- of renovatiewerken kijken. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft trouwens de ambitie om de renovatiegraad op zijn grondgebied te verdrievoudigen.

De Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad en het Beroepsreferentiecentrum Bouw – dat opleidingen beter wil laten aansluiten op de behoeften van de bedrijfswereld – spelen daar nu op in. Met Be Circular.Brussels zetten ze een nieuw gratis opleidings- en begeleidingsprogramma rond circulair bouwen in de steigers. Geïnteresseerde bedrijven leren er hoe ze bouwelementen demonteerbaar kunnen maken zodat ze niet verloren gaan.

De initiatiefnemers stellen dat momenteel nog te veel bouwmateriaal verloren gaat. De Brusselse bouwsector zorgt namelijk voor zowat 628.000 ton ‘afval’ per jaar. En hoewel 91% daarvan gerecycleerd wordt, vermindert de gebruikswaarde ervan sterk. Door processen aan te leren die focussen op hergebruik, kan dat worden vermeden.

De opdracht van de facility managers, die instaan voor het onderhoud van de kantoren en er ook moeten voor zorgen dat de werknemers alles ter beschikking hebben om hun taken goed te uit te voeren, is veeleisender geworden.

Bij hun aankopen moeten ze niet alleen rekening houden met de prijs en de kwaliteit, maar ook met de duurzaamheid ervan.

Het verlagen van de ecologische voetafdruk, die steeds hoger op de agenda staat, begint bij de inkoop. Dat geldt onder meer bij de aankoop van schoonmaakmiddelen en het inhuren van een poetsfirma. Belangrijk daarbij is onder meer het waterverbruik en welke schoonmaakmiddelen worden ingezet.

Er zijn voldoende middelen die het milieu minder belasten.

Bedrijven volgens een echt circulair model laten werken, is een pak complexer dan via een traditionele bedrijfsvoering.

Je moet immers ook volledig inzicht krijgen in de keten van je leveranciers en in die van je afnemers. Dat stelden research teaching assistent Giulia Caterina Verga van de Université Libre de Bruxelles (ULB) en research associate Jean Mansuy van de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) in een webinar over een circulaire bedrijfsvoering bij het Verbond van Belgische Ondernemingen(VBO).

Mansuy: “Een circulair bedrijf moet de volledige herkomst van zijn grondstoffen kennen. Ook moet het weten wat zijn klanten vervolgens met de afgewerkte producten gaan doen. Anders kan je de cirkel niet sluiten.”

“Een oplossing hiervoor is dat je een groter deel van de productieketen in eigen handen neemt of dat je voor geëngageerde partners kiest”, aldus nog Mansuy.

“Een circulair bedrijf heeft ook een extra dimensie in zijn bedrijfsmissie”, aldus Verga en Mansuy. “Het is niet alleen zorgen voor een toegevoegde waarde, waarvoor je klanten bereid zijn om te betalen. Maar tegelijk de producten zo ontwerpen en produceren dat er op een efficiënte manier wordt omgegaan met grondstoffen. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een langer leven voor je producten, voor de mogelijkheid om ze te herstellen of een tweede leven voor andere toepassingen te geven.“

Verga: “Hierbij moeten we wel opletten voor een klassieke val: meer consumeren omdat de producten beter zijn.”

Ook de mode ontsnapt niet aan de trend tot hergebruik, al spreekt de sector liever van upcycling.

De Italiaanse ontwerper Giorgio Armani noemde begin dit jaar het ritme waarin nieuwe collecties worden gelanceerd crimineel. Het houdt het tempo waarin kleding veroudert erg hoog en het zorgt voor overstocks.

Zijn signaal wordt opgepikt. Zelfs door een luxefabrikant als Louis Vuitton. De herencollectie voorjaar-zomer 2021 telt 25 ontwerpen die vertrekken van oude kledij, die ‘upcycling’ ondergaan.

Ook kleinere producenten doen mee. Het Belgische Shake & Kai maakt kleding die voor 50% bestaat uit gerecycleerde katoen en voor de overige 50% uit polyester van gebruikte plastic flessen.

Weet u niet goed wat u moet aanvangen met uw oude stoelen? Misschien kunt u zich laten inspireren door de Facebook-pagina van Jamy Ivens uit Lokeren. Als wielerfan beschilderde hij ze in de kleuren van oude wielertenues.

Een bruin-zwart-witte stoel van Molteni? Een wit-bordeaux-exemplaar van Faema? Een geel-blauwe van IJsboerke?
De retrostoelen spreken liefhebbers van de koers zeker aan.

Ivens kwam op het idee toen hij oude caféstoelen op de kop kon tikken. Hij combineerde daarbij zijn passie met zijn opleiding als schilder-decorateur.

Misschien zet het u aan het denken en kan dit worden gecombineerd met de expertise van Nnof. Ze zijn het gewoon oud kantoormeubilair een nieuw leven te geven.

Heeft u hoofdpijn of raakt u geïrriteerd als u lange dagen klopt op kantoor? Het binnenklimaat in heel wat bedrijven is inderdaad niet optimaal.

Het Gentse TakeAir test nu een systeem om de binnenlucht te verrijken met organismes uit de natuur.

Heel wat kantoren worden erg goed geïsoleerd. Dat is positief voor de brandstofrekening, maar het verarmt het binnenklimaat.

Daarom probeert TakeAir een microbiële architectuur uit. Daarbij worden bacteriën in een reservoir geplaatst en vervolgens geïnjecteerd in de luchtregeling. Zo wordt bijvoorbeeld een bosgeur verspreid in het hele kantoorcomplex. Het is dan alsof het kantoor midden tussen de bomen staat, maar dan zonder pollen, muggen of bijen. Doel: een frissere omgeving en minder gezondheidsklachten.

Het Broeklin-project met maakwinkels dat onder de brug van Vilvoorde is gepland, wordt op applaus onthaald. Het is dan ook een heel ander concept dan het grote winkel- en belevingscentrum dat voorganger Uplace er wou neerpoten.

Broeklin wordt een wijk met maakwinkels – bijvoorbeeld een modewinkel gecombineerd met een naaiatelier – die de consument dichter bij het productieproces brengen. Bovendien ligt de klemtoon er op innovatie, duurzaamheid en circulariteit. Daarnaast komen er nog kantoren, opleidingscentra en horeca.

Het project kan op bijval rekenen. Bij Uplace was dat niet het geval. Dat kreeg kritiek voor de mobiliteitsproblemen die het zou veroorzaken en voor de concurrentie die het zou betekenen voor de winkels in de regio.

Hoewel de maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen, versoepeld zijn, keert nog niet iedereen terug naar het gewone werkleven. Afstand houden en een opgevoerde hygiëne zijn noodzakelijk. Maar hoe doen we dat in de praktijk? De impact is groter dan velen vermoeden.

Het begint al bij het onthaal. Daar kunnen we in een plexischerm voorzien aan de ontvangstbalie, al dan niet met een doorgeefsleuf onderaan. Heeft u wachthoeken, dan moeten we daar desnoods een aantal stoelen en zetels weghalen. Ten slotte moeten we een wachtafstand markeren op de grond.

Kan er in de hal en de wandelgangen eenrichtingsverkeer worden toegepast of niet? In dit laatste geval moeten we misschien uitwijkzones markeren, waar mensen mekaar kunnen kruisen.

In de kantoren zelf zijn de meeste werkeilanden ruim genoeg om de aanbevolen afstand van 1,5 m tussen personen te respecteren. Toch kan het nuttig zijn extra afstand te creëren en veiligheidsschermen te plaatsen. Zijn de werkeilanden toch te klein, dan moeten werkplekken worden opengelaten en schermen worden geplaatst.

Andere mogelijkheden: slechts één kant van een werkeiland gebruiken, de combinatie van werkeilanden en kasten herschikken, … Hou daarbij rekening met de bekabeling.

In een eerste fase kan een beperkte ingreep volstaan omdat een aantal werknemers nog van thuis werkt. Een volgende fase vergt misschien een grondige ingreep.

Probeer bij dit alles de werkomgeving ook voldoende aantrekkelijk te houden voor uw medewerkers. Een goede balans vinden tussen veilig en comfortabel werken, is de uitdaging. Vergeet ook niet om regelmatig de werkplekken te ontsmetten.

Nnof kan u zowel met advies als met materiaal helpen bij de inrichting van uw coronaproof kantoor.

De nieuwe vestiging voor de middelbare afdeling van de Steinerschool in het centrum van Brussel werd deels met gerecycleerde materialen afgewerkt. Ze kwamen van de WTC II-werf aan het Noordstation.

Vastgoedeigenaar Befimmo bouwt de WTC I- en II- torens er om naar een complex met kantoren, hotel, horeca en handelszaken. Bij die operatie werd heel wat oud materiaal verwijderd. Een deel daarvan is naar Nnof gegaan voor de aanmaak van circulaire meubels, en een ander deel kreeg een bestemming in de nieuwe Steinerschool. Het ging onder meer om 120 meter kabelgoot, 60 TL- lampen, bijhorende elektriciteitskabels en palen voor het plaatsen van wanden.

De circulaire logica liet dus toe het afval op de werf proactief te verminderen. Het toevoegen van de verschillende levenscycli aan de levensloop van producten is immers essentieel in deze gedachtengang.