Thuis werken we langer én productiever. Toch willen we opnieuw minstens halftijds naar kantoor. Temeer omdat de werkdruk thuis hoger ligt.

HR-dienstverlener Acerta en jobwebsite StepStone polsten 3000 Belgische thuiswerkers naar hun ervaringen tijdens de coronacrisis. De helft van de ondervraagden zegt thuis meer uren te werken dan vroeger op kantoor. Eenzelfde percentage meent ook productiever te zijn. 32 procent is even productief. Slechts zeven procent werkt minder.

Toch wil 47 procent weer halftijds naar kantoor. Misschien omdat een groot deel – 64 procent van de ondervraagden – een hogere werkdruk ervaart tijdens het telewerken. Psychologische steun, wandelingen met collega’s en digitale koffiepauzes kunnen het welzijn van werknemers opkrikken.

Een tweedehandsfiets? Zo’n rammelend kreng waarmee zelfs de bomma niet buitenkomt? Nee! De fietsen van Erts Cycles zijn duurzaam én hip.

Bij De Kringwinkel komen maandelijks honderden oude fietsen binnen. Helaas zijn die niet allen even geschikt voor een tweede leven. Soms zijn de juiste onderdelen niet meer te koop of zijn de fietsen niet meer in hun geheel te repareren. Enter Erts Cycles.

Twee jonge Antwerpenaren nemen de bruikbare frames onder handen. Ze zandstralen hen, geven hen een nieuwe lik verf en sleutelen eraan totdat ze passen op moderne onderdelen. Het resultaat is hip en minimalistisch. Door het frame te recycleren, verkleint de ecologische voetafdruk van de fiets met 25 procent. Vandaar Erts Cycles, uit respect voor de grondstof.

Als we binnenkort massaal elektrisch rijden, schiet de vraag naar lithium, kobalt en nikkel de hoogte in. Verruilen we zo onze olieverslaving niet in voor eentje voor metalen uit verre landen?

Nee, besluit een studie van de Europese Federatie voor Transport en Milieu (T&E). Integendeel: volgens hun berekeningen gebruiken elektrische auto’s net véél minder ruwe materialen. “Er is geen vergelijking mogelijk”, stelt Lucien Mathieu van T&E. Een auto met een verbrandingsmotor verbruikt tijdens zijn leven zo’n 17.000 liter aardolie. “Een stapel olievaten van 25 verdiepingen hoog”, aldus Mathieu. De batterij van een elektrische wagen vergt daarentegen slechts 30 kilo aan niet te recupereren metalen, “de grootte van een voetbal.”

Het leeuwendeel van het metaal van afgeschreven autobatterijen kan namelijk hergebruikt worden. Een Europees wetsvoorstel wil nog sterkere recyclagedoelen in steen beitelen. Volgens E&T kunnen Europese producenten tegen 2035 al een aanzienlijk deel van de benodigde metalen uit recyclage halen. En dankzij de verbeterde technologie is de verwachting bovendien dat er binnen tien jaar een pak minder metalen nodig zullen zijn voor een batterij.

Zelfvoorzienend

E&T maakt zich sterk dat Europa gemakkelijk kan voldoen aan de stijgende vraag naar elektrische wagens. Dat alles maakt dat een keuze voor elektrische rijden – sowieso al beter voor klimaat – Europa ook minder afhankelijk maakt van import. “Dankzij de verhoogde efficiënte van batterijen en meer inzet op recyclage zal de EU net meer zelfvoorzienend worden”, aldus Mathieu. “Terwijl de Europese autovloot nu bijna volledig afhangt van invoer van ruwe olie.”

De Europese economie moet tegen 2050 volledig circulair zijn. Om die doelstelling te halen, moeten normen worden opgelegd voor de gehaltes aan gerecycleerd materiaal in producten, die al tegen 2030 bereikt moeten worden. Dat staat in een resolutie die met een ruime meerderheid werd goedgekeurd in het Europees Parlement.
De helft van de totale broeikasemissies, meer dan 90% van het biodiversiteitsverlies en de druk op de waterstanden zijn het gevolg van de winning en de verwerking van grondstoffen. Er moet dan ook zuinig mee worden omgegaan, leert onderzoek van het International Resource Panel.

Het Europees Parlement vraagt bijgevolg dat veel aandacht wordt besteed aan de ontwerpfase van de producten. In dat stadium wordt namelijk tot 80% van de milieu-impact ervan bepaald.

In een resolutie stelden de parlementairen daartoe een uitbreiding van de ecodesign-richtlijn voor, waardoor bij de conceptie van nieuwe producten zoveel mogelijk wordt gewerkt met onderdelen die makkelijk te herstellen of te recycleren zijn.

Bovendien mag er best wat druk worden gezet. Het Parlement wil namelijk dat er concrete doelstellingen voor elke sector en voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal in een aantal producten worden bepaald, die al in 2030 gehaald moeten worden.

574 parlementsleden schaarden zich achter de tekst, 22 stemden tegen en 95 onthielden zich.

Consumeert uw bedrijf of organisatie minstens 50 kg koffie per maand? Dan komt u in aanmerking om uw koffiegruis te laten ophalen om er handzeep van te maken.

Initiatiefnemer Glimps.be/Kaffee Curculair hoopt dit jaar minstens 10 ton te kunnen verzamelen. Dat opgehaalde gruis wordt vervolgens gedroogd en geperst, wat een droge koek en olie oplevert.

De olie gaat dan naar specialist Christeyns, een van de grootste producenten ter wereld van schoonmaakmiddelen, om er handzeep van te maken. De producent kan ermee inspelen op de toenemende vraag naar natuurlijke producten.

De Grote Terugkeer. Elke organisatie of bedrijf hoopt zo snel mogelijk de coronapandemie achter zich te laten om het normale leven te kunnen hervatten. Maar zoals vroeger wordt het nooit meer. U houdt er maar beter nu al rekening mee bij de inrichting van uw kantoren.
De tijd dat we met alle collega’s samen op kantoor zaten, is voorbij. In het nieuwe normaal werken we deeltijds op het bureau en deeltijds thuis.

Die verandering heeft gevolgen voor de inrichting van die werkplekken. Gezien we wellicht twee à drie dagen per week thuis werken, hebben we ook daar behoefte aan een ergonomische stoel en een dito computerscherm. Het kantoor krijgt naast zijn functie als arbeidsomgeving dan weer een functie als sociale ontmoetingsruimte bij.

Lang niet iedereen krijgt op kantoor nog een vaste werkplaats. Gezien men slechts deeltijds daar vertoeft, zou het ook niet verantwoord zijn. Het laat tevens toe om de nodige oppervlakte voor uitvoerend werk terug te schroeven. Tegelijk moet nieuwe ruimte worden gemaakt die contacten tussen werknemers en creatieve brainstorming faciliteert.

Er worden ook nieuwe eisen gesteld aan de werkplek. De trend om in een zo gezond mogelijke omgeving te leven, zet zich ook door op kantoor. Werknemers die zich goed voelen zijn trouwens productiever.

Wil u een klankbord over hoe deze uitdagingen voor uw organisatie een gepast antwoord kunnen krijgen, neem dan gerust contact op met Nnof. Zowel het inrichten van werkplekken als het zorgen voor een gezonde en aangename omgeving zit in ons DNA. Het zogenaamde biophilic design, waarbij werknemers weer dichter bij de natuur worden gebracht, kan een deel van de oplossing zijn.

Het contract dat de Vlaamse overheid eind 2019 met Nnof sloot, deed haar vorig jaar meer dan 27.000 kg CO₂ besparen.

Alle diensten van de Vlaamse overheid – alsook de openbare instellingen, steden en gemeenten en OCMW’s – kunnen via raamcontracten voor refurbishment kiezen. Daarbij worden meubelen zoveel mogelijk hergebruikt. Lukt dat niet, dan worden de goede onderdelen gerecupereerd om andere zaken te maken. Het helpt om CO₂-uitstoot te besparen.

De belangrijkste besparing, 21.851 kg, werd in 2020 gerealiseerd bij de herinrichting van de kantoren van arbeidsbemiddelaar VDAB in Brussel, Mechelen, Diest, Aalst en Tienen. Bij de POM West-Vlaanderen bedroeg de winst
2.280 kg.

Het Brussels Gewest profileert zich als een ideale speeltuin op het vlak van innovatie en circulariteit. De veelal oude bebouwing biedt een grote opportuniteit voor het hergebruik van materialen.

Het hoofdstedelijke grondgebied wordt gekenmerkt door de hoge dichtheid van zijn bebouwde oppervlakte. Bovendien dateren zeven op de tien gebouwen van voor 1945. Bij veel bouwwerven komen dan ook sloop- of renovatiewerken kijken. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft trouwens de ambitie om de renovatiegraad op zijn grondgebied te verdrievoudigen.

De Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad en het Beroepsreferentiecentrum Bouw – dat opleidingen beter wil laten aansluiten op de behoeften van de bedrijfswereld – spelen daar nu op in. Met Be Circular.Brussels zetten ze een nieuw gratis opleidings- en begeleidingsprogramma rond circulair bouwen in de steigers. Geïnteresseerde bedrijven leren er hoe ze bouwelementen demonteerbaar kunnen maken zodat ze niet verloren gaan.

De initiatiefnemers stellen dat momenteel nog te veel bouwmateriaal verloren gaat. De Brusselse bouwsector zorgt namelijk voor zowat 628.000 ton ‘afval’ per jaar. En hoewel 91% daarvan gerecycleerd wordt, vermindert de gebruikswaarde ervan sterk. Door processen aan te leren die focussen op hergebruik, kan dat worden vermeden.

De opdracht van de facility managers, die instaan voor het onderhoud van de kantoren en er ook moeten voor zorgen dat de werknemers alles ter beschikking hebben om hun taken goed te uit te voeren, is veeleisender geworden.

Bij hun aankopen moeten ze niet alleen rekening houden met de prijs en de kwaliteit, maar ook met de duurzaamheid ervan.

Het verlagen van de ecologische voetafdruk, die steeds hoger op de agenda staat, begint bij de inkoop. Dat geldt onder meer bij de aankoop van schoonmaakmiddelen en het inhuren van een poetsfirma. Belangrijk daarbij is onder meer het waterverbruik en welke schoonmaakmiddelen worden ingezet.

Er zijn voldoende middelen die het milieu minder belasten.

Bedrijven volgens een echt circulair model laten werken, is een pak complexer dan via een traditionele bedrijfsvoering.

Je moet immers ook volledig inzicht krijgen in de keten van je leveranciers en in die van je afnemers. Dat stelden research teaching assistent Giulia Caterina Verga van de Université Libre de Bruxelles (ULB) en research associate Jean Mansuy van de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) in een webinar over een circulaire bedrijfsvoering bij het Verbond van Belgische Ondernemingen(VBO).

Mansuy: “Een circulair bedrijf moet de volledige herkomst van zijn grondstoffen kennen. Ook moet het weten wat zijn klanten vervolgens met de afgewerkte producten gaan doen. Anders kan je de cirkel niet sluiten.”

“Een oplossing hiervoor is dat je een groter deel van de productieketen in eigen handen neemt of dat je voor geëngageerde partners kiest”, aldus nog Mansuy.

“Een circulair bedrijf heeft ook een extra dimensie in zijn bedrijfsmissie”, aldus Verga en Mansuy. “Het is niet alleen zorgen voor een toegevoegde waarde, waarvoor je klanten bereid zijn om te betalen. Maar tegelijk de producten zo ontwerpen en produceren dat er op een efficiënte manier wordt omgegaan met grondstoffen. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een langer leven voor je producten, voor de mogelijkheid om ze te herstellen of een tweede leven voor andere toepassingen te geven.“

Verga: “Hierbij moeten we wel opletten voor een klassieke val: meer consumeren omdat de producten beter zijn.”