Het Spaanse stadje La Nucia zet al 20 jaar fel in op duurzaamheid. Wie er als bewoner flink recycleert, krijgt korting op zijn belastingen.

Tussen 2015 en 2019 werkte ruim een procent van de actieve bevolking 36 in plaats van 40 uur. Met de test wilde de Association for Sustainability and Democracy de impact meten van kortere werkuren op het welzijn en de productiviteit van werknemers. In juni geraakten de resultaten bekend in een rapport.

De proefpersonen hadden minder stress en kampten niet zo vaak met burn-outs.
En dat zonder dat hun productiviteit eronder leed. Fijn neveneffect: doordat de IJslanders minder pendelden en spaarzamer energie verbruikten, verkleinde hun ecologische voetafdruk. “Een overweldigend succes”, aldus de onderzoekers.

Nederlandse studenten ontwikkelden de Stella Vita, de eerste mobilhome die honderd procent op zonne-energie rijdt.

De Stella Vita lijkt op een rijdend zonnepaneel. Het Solar Team van de Technische Universiteit van Eindhoven installeerde liefst 17,5 m2 zonnepanelen op de camper. Toekomstige kampeerders kunnen twee panelen inklappen, om het voertuig gestroomlijnd te laten rijden.

In totaal 1096 zonnecellen en een batterij van 60 kWh verzekeren een rijbereik van minstens 700 kilometers, ruimschoots genoeg voor de doorsnee camperaar. Een laadpaal is enkel in langdurige periodes zonder zon nodig. Om de deugdelijkheid van hun uitvinding aan te tonen, reden de studenten ermee vanuit Eindhoven naar Tarifa in het zuiden van Spanje.

Tegen 2030 moet de Belgische CO2-uitstoot met 55 procent verminderen, goed voor 208 miljoen ton minder. De federale regering kondigt nu een extra inspanning van 25 miljoen ton aan.

Op een federale ministerraad in het teken van het klimaat werkte de regering-De Croo een roadmap uit die de forse ambities concretiseert. Er komen extra maatregelen op een heleboel ministeries, van financiën en economie tot transport, energie en ontwikkelingssamenwerking. Met dat pakket trok België naar de Klimaatconferentie COP26 in Glasgow.

Zo moeten de windmolenparken voor de Belgische kust tegen 2030 vier gigawatt aan groene stroom leveren. Wellicht betekent dat meer windmolens. Daarnaast pleit Minister van Energie Tine Van der Straeten (Groen) voor meer verbindingen tussen Belgische en buitenlandse stroomnetten en wil ze verder inzetten op waterstof en andere groene brandstoffen.

Trein en fiets

Ook de fiscaliteit moet vergroenen. De subsidiëring van fossiele brandstoffen dooft langzaam uit, terwijl een ecologisch fonds bedrijven moet helpen om groener te werk te gaan. Gezinnen en kmo’s kunnen beroep doen op een klimaatbonus, gefinancierd met de opbrengsten van de geplande Europese CO2-taks op transport en gebouwen.

Wat mobiliteit betreft, beweegt er veel. De bevoegde minister, Georges Gilkinet (Ecolo), gaat het treinverkeer vergroenen en versterken en de fiets promoten. Hij ziet er eveneens op toe dat de lucht- en scheepvaart tegen 2050 emissievrij zijn. Verder is er een federaal plan uitgewerkt voor de circulaire economie en krijgen de gebouwen en het wagenpark van de overheid een groene makeover.

Brussel wint de strijd met de sigarettenpeuk. In 2020 recycleerde de stad bijna een miljoen peuken. Die krijgen een nieuw leven op kantoor.

Weggegooide sigarettenpeuken vormen 30 procent van het zwerfvuil in Brussel. Ze breken pas na vijftien jaar af. Eén peuk die via de riolering in de zee belandt, vervuilt tot 500 liter water. Dat is nefast voor het mariene milieu, want in zo’n peuk zitten 4000 chemische elementen. Een doorn in het Brusselse oog! De stad scherpte de strijd met de peuk aan, door boetes te verhogen en asbakken te plaatsen aan verkeerslichten. In 2020 recycleerde Brussel zo ruim 900.000 peuken. Het bedrijf We Circular zuivert de vangst en vervaardigt er kantoormeubilair als klokken, onderzetters en asbakken mee. Peuk, euh, puik idee!

Ook nu telewerken niet langer verplicht is, houden de meeste Belgische kmo’s eraan vast. Een hybride vorm kan de norm worden.

Luidens een enquête van SD Worx laten vier op vijf kmo’s hun werknemers minstens deels van thuis werken. Slechts acht procent van de bedrijfsleiders staat geen telewerk toe. Daaruit concludeert SD Worx dat een hybride vorm – deels thuis, deels op kantoor – niet snel zal verdwijnen.

“Die cijfers bevestigen dat er geen universele aanpak bestaat”, verduidelijkt Tulay Kasap van SD Worx. “Ondernemingen vinden een evenwicht tussen kantoor- en thuiswerk.” Vlaamse en Brusselse kmo’s geloven meer in de merites van telewerk als troef om talentvol personeel aan boord te houden. Waalse werkgevers zijn er minder van overtuigd.

Thuis werken we langer én productiever. Toch willen we opnieuw minstens halftijds naar kantoor. Temeer omdat de werkdruk thuis hoger ligt.

HR-dienstverlener Acerta en jobwebsite StepStone polsten 3000 Belgische thuiswerkers naar hun ervaringen tijdens de coronacrisis. De helft van de ondervraagden zegt thuis meer uren te werken dan vroeger op kantoor. Eenzelfde percentage meent ook productiever te zijn. 32 procent is even productief. Slechts zeven procent werkt minder.

Toch wil 47 procent weer halftijds naar kantoor. Misschien omdat een groot deel – 64 procent van de ondervraagden – een hogere werkdruk ervaart tijdens het telewerken. Psychologische steun, wandelingen met collega’s en digitale koffiepauzes kunnen het welzijn van werknemers opkrikken.

Een tweedehandsfiets? Zo’n rammelend kreng waarmee zelfs de bomma niet buitenkomt? Nee! De fietsen van Erts Cycles zijn duurzaam én hip.

Bij De Kringwinkel komen maandelijks honderden oude fietsen binnen. Helaas zijn die niet allen even geschikt voor een tweede leven. Soms zijn de juiste onderdelen niet meer te koop of zijn de fietsen niet meer in hun geheel te repareren. Enter Erts Cycles.

Twee jonge Antwerpenaren nemen de bruikbare frames onder handen. Ze zandstralen hen, geven hen een nieuwe lik verf en sleutelen eraan totdat ze passen op moderne onderdelen. Het resultaat is hip en minimalistisch. Door het frame te recycleren, verkleint de ecologische voetafdruk van de fiets met 25 procent. Vandaar Erts Cycles, uit respect voor de grondstof.

Als we binnenkort massaal elektrisch rijden, schiet de vraag naar lithium, kobalt en nikkel de hoogte in. Verruilen we zo onze olieverslaving niet in voor eentje voor metalen uit verre landen?

Nee, besluit een studie van de Europese Federatie voor Transport en Milieu (T&E). Integendeel: volgens hun berekeningen gebruiken elektrische auto’s net véél minder ruwe materialen. “Er is geen vergelijking mogelijk”, stelt Lucien Mathieu van T&E. Een auto met een verbrandingsmotor verbruikt tijdens zijn leven zo’n 17.000 liter aardolie. “Een stapel olievaten van 25 verdiepingen hoog”, aldus Mathieu. De batterij van een elektrische wagen vergt daarentegen slechts 30 kilo aan niet te recupereren metalen, “de grootte van een voetbal.”

Het leeuwendeel van het metaal van afgeschreven autobatterijen kan namelijk hergebruikt worden. Een Europees wetsvoorstel wil nog sterkere recyclagedoelen in steen beitelen. Volgens E&T kunnen Europese producenten tegen 2035 al een aanzienlijk deel van de benodigde metalen uit recyclage halen. En dankzij de verbeterde technologie is de verwachting bovendien dat er binnen tien jaar een pak minder metalen nodig zullen zijn voor een batterij.

Zelfvoorzienend

E&T maakt zich sterk dat Europa gemakkelijk kan voldoen aan de stijgende vraag naar elektrische wagens. Dat alles maakt dat een keuze voor elektrische rijden – sowieso al beter voor klimaat – Europa ook minder afhankelijk maakt van import. “Dankzij de verhoogde efficiënte van batterijen en meer inzet op recyclage zal de EU net meer zelfvoorzienend worden”, aldus Mathieu. “Terwijl de Europese autovloot nu bijna volledig afhangt van invoer van ruwe olie.”

De Europese economie moet tegen 2050 volledig circulair zijn. Om die doelstelling te halen, moeten normen worden opgelegd voor de gehaltes aan gerecycleerd materiaal in producten, die al tegen 2030 bereikt moeten worden. Dat staat in een resolutie die met een ruime meerderheid werd goedgekeurd in het Europees Parlement.
De helft van de totale broeikasemissies, meer dan 90% van het biodiversiteitsverlies en de druk op de waterstanden zijn het gevolg van de winning en de verwerking van grondstoffen. Er moet dan ook zuinig mee worden omgegaan, leert onderzoek van het International Resource Panel.

Het Europees Parlement vraagt bijgevolg dat veel aandacht wordt besteed aan de ontwerpfase van de producten. In dat stadium wordt namelijk tot 80% van de milieu-impact ervan bepaald.

In een resolutie stelden de parlementairen daartoe een uitbreiding van de ecodesign-richtlijn voor, waardoor bij de conceptie van nieuwe producten zoveel mogelijk wordt gewerkt met onderdelen die makkelijk te herstellen of te recycleren zijn.

Bovendien mag er best wat druk worden gezet. Het Parlement wil namelijk dat er concrete doelstellingen voor elke sector en voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal in een aantal producten worden bepaald, die al in 2030 gehaald moeten worden.

574 parlementsleden schaarden zich achter de tekst, 22 stemden tegen en 95 onthielden zich.

Consumeert uw bedrijf of organisatie minstens 50 kg koffie per maand? Dan komt u in aanmerking om uw koffiegruis te laten ophalen om er handzeep van te maken.

Initiatiefnemer Glimps.be/Kaffee Curculair hoopt dit jaar minstens 10 ton te kunnen verzamelen. Dat opgehaalde gruis wordt vervolgens gedroogd en geperst, wat een droge koek en olie oplevert.

De olie gaat dan naar specialist Christeyns, een van de grootste producenten ter wereld van schoonmaakmiddelen, om er handzeep van te maken. De producent kan ermee inspelen op de toenemende vraag naar natuurlijke producten.