Uit reststromen van de teelt van biochampignons maakt PermaFungi mycomateriaal. Dat kan dienen als alternatief voor piepschuim of plastic.

Het Brusselse PermaFungi kweekt al enkele jaren biologische paddenstoelen op koffiedik, een afvalstroom die in Brussel alleen al goed is voor 15.000 ton per jaar. Onlangs voegde het bedrijf een extra activiteit aan het repertoire toe. Door mycelium (zaad van schimmels) in te spuiten in champost (de reststroom van de eigen oesterzwamteelt) verkrijgt het mycomateriaal. Dat kan dienen als isolatie in de verpakkings- en bouwsector, een milieubewust alternatief voor piepschuim of plastic. Maar zelfs doodskisten of urnen uit mycomateriaal behoren tot de mogelijkheden. Kwestie van circulair wel heel letterlijk te nemen.

Geen onderneming blijft overeind zonder facility management, de ondersteunende activiteiten die de onderneming doen draaien. En dat behoeft een duurzame en innovatieve aanpak.
Noem facility management (FM) – facilitair beheer in het Nederlands – gerust het huishouden van een bedrijf. Het omhelst alles wat achter de schermen gebeurt, van het regelen van verbouwingen tot verwarming, verlichting, verluchting en beveiliging. Gebeurt het goed, dan merk je er niets van. Maar gebeurt het niet of slecht, dan stort de hele onderneming in elkaar als een kaartenhuisje.

Facilitair beheer is per definitie gericht op de toekomst. Duurzaam denken is dus cruciaal in de rol. Zo duurt de bouw van een ziekenhuis gemiddeld dertien jaar. “Dan moet je doordrongen zijn van duurzaamheid”, stelt Henk Vincent, directeur Masterplan Nieuwbouw bij Vitaz. “Je moet bouwen op disruptieve innovatie, niet op bewezen technologie.”

Niet sexy? Onterecht!

Zo’n aanpak kan weerstand oproepen. “Dus moet je goed inschatten welk niveau van weerstand er bij de directie heerst”, aldus Anne Lenaerts, marketingdirecteur bij Nnof. Zij stipt nog enkele andere aandachtspunten aan. “Een milieuzorgsysteem kan een hulp zijn. Vertaal standaarden naar de werkvloer. Toon wendbaarheid en maak inrichting niet te ingewikkeld.”

Volgens Hafsa El-Bazioui, schepen van personeel in Gent, heeft facility management ten onrechte z’n imago tegen. “Het is geen sexy titel. Maar innovatie associeer ik met goesting en bevlogenheid.” Guy Eeckhout van Ardenx gelooft niet in strategische FM op zich. “Het maakt best deel uit van een bredere bedrijfsstrategie. En duurzaamheid dient in balans te zijn met andere zaken.”

De Brusselse start-up Octave geeft afgedankte batterijen uit elektrische auto’s een nieuw leven. Als opslagcapaciteit voor groene energie.

In Zelzate toont een prototype het potentieel van het nieuwe innovatieve systeem. Overdag slaan oude batterijen groene energie uit 55.000 zonnepanelen op. Na zonsondergang leveren ze stroom aan de waterzuiveringsinstallatie die er dag en nacht draait.

Volgens Octave is het batterijsysteem vooral nuttig voor kmo’s en industriebedrijven. “Zo kunnen we het energiebeleid van ondernemingen optimaliseren”, klinkt het. Door de zelfconsumptie te verhogen en het piekverbruik te verminderen, leidt dat op termijn tot lagere energiefacturen. In de toekomst hoopt Octave de gerecycleerde batterijen eveneens mobiel in te zetten.

Met flexibele werkplekken zorgde Nnof voor meer verbondenheid in het nieuwbouwproject van Alcon. “Iedereen komt weer graag naar kantoor.”

Alcon, een wereldwijde referentie voor oogverzorging en -chirurgie, zocht in 2019 onderdak voor zijn administratie. Uit gesprekken met potentiële partners kwam Nnof als beste. In plaats van de geplande 80 vaste werkplekken opperde Nnof een concept met 51 flexibele werkplekken.

De indeling is uniek, met telefooncellen, cockpits, focuswerkplekken voor één persoon, overlegplekken met zachte kussens, een multifunctionele aula en een groen terras dat buiten werken toelaat. “Naast de twee thuiswerkdagen, die we al hadden voorzien voor de pandemie, komen onze medewerkers graag terug samen in een mooie kantooromgeving. Dit stimuleert mee het groepsgevoel naast het thuiswerken”, lacht Dirk Tierens van Alcon.

We verzuipen in het werk, hebben spijt van onze carrièrekeuzes en krijgen massaal burn-outs. De oplossing voor die problemen liggen nochtans voor het oprapen: meer flexibiliteit.

Een onderzoek van de Antwerp Management School en de Vrije Universiteit Amsterdam peilde naar de loopbaantevredenheid van werknemers. Die gaven hun carrière gemiddeld 7,37 op tien, maar 20 procent zegt helemaal niet tevreden te zijn. Een derde heeft spijt van het loopbaantraject. Uit een studie van de UGent rond het welzijn bleek dan weer dat een op vier verzuipt in het werk. Een op zes voelt zich vaak tot altijd mentaal uitgeput. Geen wonder dat de Onafhankelijke Ziekenfondsen vaststellen dat alsmaar meer werknemers thuisblijven met burn-outs en depressies.

Inclusiviteit & flexibiliteit

Tot zover het slechte nieuws. Want er bestaan oplossingen. Zo benadrukt Sofie Jacobs van de Antwerp Management School de nood aan realistische beroepsvooruitzichten. “Juiste coaching bij starters op de arbeidsmarkt kan helpen om de reality shock bij de transitie van onderwijs naar werk op te vangen.” Ze pleit voor inclusiviteit, voldoende kansen voor iedereen. “Zo blijven alle groepen op de arbeidsmarkt op de radar.”

Geestelijke gezondheid en werkgeluk verzekeren een duurzame loopbaan. Het codewoord daarbij is flexibiliteit. Onder meer telewerk draagt daartoe bij. Uit een ondervraging van SD Worx blijkt dat acht op tien werknemers merkt dat telewerk de balans tussen werk en privé bevordert. Ook een vierdagenwerkweek en het recht op deconnectie kunnen helpen. Al uit flexibiliteit zich eveneens op andere manieren, bijvoorbeeld in interne mobiliteit en omscholing om het werk zinvol en uitdagend te houden.

Sinds de pandemie verlangen werknemers naar een duurzame, milieuvriendelijke werkplek. Veel werkgevers blijven evenwel achter, blijkt uit Nederlands onderzoek in opdracht van Tork.
Corona veranderde de blik van veel werknemers. Zij denken meer na over hun impact op het milieu. En over wat ze kunnen doen om die te verminderen. Die bewuste werknemers verwachten eenzelfde engagement van hun oversten, maar helaas: de (al dan niet sporadische) terugkeer naar kantoor na het massale telewerken leidt tot desillusies.

Zo is 43 procent van de ondervraagden teleurgesteld dat hun werkgever niet verduurzaamde tijdens de pandemie. 56 procent noemt het eigen kantoor zelfs “beschamend milieuonvriendelijk.” Vooral lopende kranen, bedrijfswagens op benzine, papieren koffiebekertjes en energieverslindende handendrogers zijn een doorn in het oog. 71 procent van de werknemers heeft het gevoel zelf het voortouw te moeten nemen.

Verschoven houding

Nochtans dragen inspanningen van werkgevers niet enkel bij tot een prettige werkomgeving, ze geven vaak ook de doorslag in de strijd om talent. Bij het zoeken naar een nieuwe job wil 70 procent van de ondervraagden namelijk solliciteren bij een onderneming met een milieuvriendelijke reputatie, een bedrijf dat duurzame actie onderneemt.

Werkgevers moeten zich daarvan bewust zijn, stelt Ineke van den Bremt, marketingmanager van het hygiënebedrijf Essity. “De afgelopen achttien maanden verschoof de houding van werknemers. Duurzaamheid wordt serieuzer genomen dan ooit. Eenvoudige stappen, zoals het verbeteren van recyclage en het verminderen van energieverbruik, kunnen al een verschil maken. Maar enkel wanneer je werknemers erbij betrekt.”

Op de uitreiking van de Sustainability Professional Award haalde Anne Lenaerts, directeur communicatie bij Nnof, een finaleplaats. Ze wordt zo officieel duurzaamheidsambassadeur.

Duurzaamheid wint aan belang in de bedrijfswereld. Logisch: de onderneming van de toekomst is per definitie duurzaam. Het Verbond van Belgische Ondernemingen en de vzw Time4Society kozen daarom voor de zevende keer de Sustainability toppers van het jaar. Die bekroning gaat naar een inspirerende stem uit het bedrijfsleven die duurzaamheid uitademt.

Uit een poule van 300 kandidaten schopte Anne Lenaerts het tot de laatste drie overblijvers. Anne mag zich voortaan dan ook Sustainability Ambassador noemen. Nele Van Damme (Upgrade Estate) en Bruno Van Steenberghe (Kalani-Home) werden Sustainability Professionals van het jaar.

Geen verrassing, want Anne zet zich al jaren in voor duurzaamheid en circulaire economie. Zo volgde Anne tijdens de pandemie een Solvay-opleiding om te begrijpen wat mensen tegenhoudt om te veranderen. Door hen vervolgens te betrekken bij het verhaal – zelfs noemt ze dat het “Nnoffensief” – probeert ze iedereen mee te krijgen.

Allemaal “Noffen”

Dat uit zich onder meer in het raamcontract dat Nnof afsloot met de Vlaamse overheid. Steden, gemeenten en Vlaamse overheidsdiensten kozen daarmee resoluut voor circulariteit, wat zich het voorbije jaar vertaalde in 3300 geherwaardeerde meubels. “Het toont dat het de overheid menens is met de circulaire gedachte”, aldus Anne. Economie en ecologie gaan voor haar hand in hand. “Nnof zorgt voor veerkracht en wendbaarheid. Met ons verhaal willen we andere ondernemers en klanten inspireren om resoluut diezelfde richting in te slaan. Nnoffen we straks allemaal?”

In november 2019 sloot de Vlaamse overheid met Nnof twee raamcontracten af aangaande het refurbishment van afgedankte kantoormeubelen. Twee jaar later was een van die contracten uitgeput en werd het daardoor opnieuw op de markt gelanceerd. En ook deze keer werd dit raamcontract gegund aan Nnof.

Via de raamcontracten konden diensten van de Vlaamse overheid, inclusief die van openbare instellingen, steden, gemeenten en OCMW’s, beroep doen op expertise van Nnof. Het projectcontract waar ook steden en gemeenten gebruik van konden maken, was in 2021 opgebruikt, maar opnieuw haalde Nnof deze aanbesteding nu binnen. En mag het dus blijven doen waar het uniek in is: oud meubilair een tweede leven schenken. Het andere contract loopt nog zeven jaar.

Anne Lenaerts : “Telkens gaan we na wat de noden zijn, door het bevragen van de teams en het in kaart brengen van de wensen. Vervolgens inventariseren we wat er voorhanden is. Nadien broeden we op de ideeën voor refurbishment en tot slot ontwerpen we een volledig nieuw interieur, en voeren we dit ook uit. Daarbij houden we niet enkel rekening met de functionele noden en wensen van de opdrachtgever, maar ook met het uitzicht of design dat die voor ogen heeft. Creativiteit dragen we hoog in het vaandel. Zo verwerkten we platen uit de WTC-torens tot een zittribune en recycleerden we kantoorkastjes tot lockers. Immer met maximale circulariteit als ultieme doel.”

Goed voor het milieu… en de portefeuille

Met de keuze voor Nnof toont Vlaanderen dat het hen menens is met de circulaire economie. Het draagvlak voor upcycling vergroot alsmaar en de overheid geeft die trend zo een stevige por in de rug. Refurbishment zorgt niet enkel voor een belangrijke milieuwinst – cruciaal als publieke instellingen de groene beloften wil inlossen – maar bespaart eveneens centen. Het budget voor sommige overheidsprojecten kon tot een derde beperkt worden door afgedankt materiaal te recupereren.

De uitdagingen van het klimaat vereisen actie. De bouw van kantoren – en het werk dat erin gebeurt – moet anders. Een circulaire aanpak zou een flinke stap vooruit betekenen.

Momenteel is de bouwsector een van de grootste consumenten van energie en ruwe materialen. In de Europese Unie is die naar schatting goed voor 40 procent van de CO2-uitstoot en bijna een derde van het afval. Aan het einde van hun levenscyclus wordt slechts 40 procent van het bouwafval gerecycleerd en opnieuw gebruikt. Vaak als minderwaardige materiaal, bijvoorbeeld voor wegen.

In het licht van de uitdagingen van het klimaat moet het anders. Een shift naar een circulaire aanpak zou een gigantische vooruitgang betekenen. In de bouwsector uit die zich onder meer in het upcyclen van materialen, een herziening van de leveringsketen en een holistische samenwerking tussen investeerders, architecten en bouwondernemingen.

Productiviteitsverhoging

Ook binnen kantoorgebouwen is er ruimte voor verbetering. Het kantoorleven zal er na COVID-19 grondig anders uitzien. Het gaat dan over flexibiliteit, de verhouding tussen traditionele werkposten en ruimte om samen te werken, nieuwe economische zakenmodellen, energie-efficiëntie en meubilair.

Trouwens: de voordelen beperken zich niet enkel tot het milieuaspect. Volgens onderzoek zijn milieuvriendelijke materialen goed voor het welzijn en kunnen ze de productiviteit tot tien procent verhogen. Is een circulaire aanpak binnen de werkomgeving nu nog iets nieuws, dan is die binnen tien jaar volledig ingeburgerd.

In dit webinar van redactiebureau Palindroom laten acht specialisten, waaronder Anne Lenaerts van Nnof, hun licht schijnen op het kantoor van de toekomst.

In dit rondetafelgesprek laten specialisten, waaronder Anne Lenaerts van Nnof, hun licht schijnen op de circulaire bouw in Wallonië en Brussel.

In een grootschalig experiment gingen 2500 IJslanders minder uren werken. Dat leidde tot meer welzijn en een kleinere ecologische impact.

Tussen 2015 en 2019 werkte ruim een procent van de actieve bevolking 36 in plaats van 40 uur. Met de test wilde de Association for Sustainability and Democracy de impact meten van kortere werkuren op het welzijn en de productiviteit van werknemers. In juni geraakten de resultaten bekend in een rapport.

De proefpersonen hadden minder stress en kampten niet zo vaak met burn-outs.
En dat zonder dat hun productiviteit eronder leed. Fijn neveneffect: doordat de IJslanders minder pendelden en spaarzamer energie verbruikten, verkleinde hun ecologische voetafdruk. “Een overweldigend succes”, aldus de onderzoekers.