De coronapandemie heeft veel mensen doen thuiswerken. Velen zullen dat ook in de toekomst blijven doen. Maar dat moet dan wel in goede omstandigheden kunnen.

Een werkgever moet ervoor zorgen dat zijn werknemers in behoorlijke omstandig-heden kunnen werken. Hun veiligheid en gezondheid moeten gewaarborgd worden. Het maakt daarbij niet uit of die werkplek het kantoor, dan wel een plaatsje thuis is.

Werkgevers hebben er ook alle belang bij om dit te doen. Een onaangepaste werkplek of slecht materiaal leidt tot verminderde arbeidsprestaties.

Werknemers die vaak thuis werken moeten dan ook kunnen beschikken over een extra beeldscherm en ergonomische stoelen, waardoor ze last aan nek, schouders en onderrug vermijden.

Sommige werkgevers laten toe dat hun werknemers een stoel van het bedrijf meenemen. Steeds meer van hen laten echter ook aangepast meubilair bij hun personeel thuis leveren. Nnof heeft er een aparte stek in zijn webwinkel voor.

Het contract dat de Vlaamse overheid eind 2019 met Nnof sloot, deed haar vorig jaar meer dan 27.000 kg CO₂ besparen.

Alle diensten van de Vlaamse overheid – alsook de openbare instellingen, steden en gemeenten en OCMW’s – kunnen via raamcontracten voor refurbishment kiezen. Daarbij worden meubelen zoveel mogelijk hergebruikt. Lukt dat niet, dan worden de goede onderdelen gerecupereerd om andere zaken te maken. Het helpt om CO₂-uitstoot te besparen.

De belangrijkste besparing, 21.851 kg, werd in 2020 gerealiseerd bij de herinrichting van de kantoren van arbeidsbemiddelaar VDAB in Brussel, Mechelen, Diest, Aalst en Tienen. Bij de POM West-Vlaanderen bedroeg de winst
2.280 kg.

De circulaire economie zorgt voor heel wat werkgelegenheid in ons land. In Vlaanderen wordt tegen 2030 zelfs op 30.000 bijkomende arbeidsplaatsen gerekend, maar ook Wallonië ziet veel heil in circulaire tewerkstelling.

In Vlaanderen groeit de werkgelegenheid in de circulaire economie sneller dan de algemene tewerkstelling. Tussen 2010 en 2016 kwamen er 6,4% jobs bij in de circulaire economie. In de algemene economie bleef de aangroei beperkt tot 2,7%, berekende het Steunpunt Circulaire Economie. En dat verschil is wellicht nog een onderschatting, opperde onderzoeker Kris Bachus (KU Leuven). In de studie werden enkel de zuivere circulaire activiteiten meegeteld.

Tegen 2030 verwacht het Steunpunt een verdere aangroei van de tewerkstelling in de circulaire economie met zowat 30.000 banen. Het grootste potentieel voor jobcreatie blijkt te zitten in de circulaire sectoren van reparatie van machines.

Opvallend is dat 85% van de huidige jobs in de circulaire sector in Vlaanderen worden uitgeoefend door mannen. Een groot deel daarvan door mensen met en diploma van hoogstens secundair onderwijs. Volgens de onderzoekers is dat het gevolg van het manuele karakter van de afvalverwerking.

Volgens de Koning Boudewijnstichting telt Vlaanderen – direct en indirect – zowat 148.000 jobs in de circulaire economie. Dat is 7,5% van de totale werkgelegenheid. In Brussel zijn het er zowat 58.000, in Wallonië circa 56.000.

Wallonië loopt daarmee wat achter op de andere regio’s, maar het Gewest wil die achterstand inlopen. Jobs in de circulaire economie zijn voor een groot deel immers minder goed te delokaliseren. Ze zijn dan ook veel stabieler en bieden mogelijkheden voor werknemers uit sectoren die over hun hoogtepunt heen zijn.

Het Brussels Gewest profileert zich als een ideale speeltuin op het vlak van innovatie en circulariteit. De veelal oude bebouwing biedt een grote opportuniteit voor het hergebruik van materialen.

Het hoofdstedelijke grondgebied wordt gekenmerkt door de hoge dichtheid van zijn bebouwde oppervlakte. Bovendien dateren zeven op de tien gebouwen van voor 1945. Bij veel bouwwerven komen dan ook sloop- of renovatiewerken kijken. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft trouwens de ambitie om de renovatiegraad op zijn grondgebied te verdrievoudigen.

De Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad en het Beroepsreferentiecentrum Bouw – dat opleidingen beter wil laten aansluiten op de behoeften van de bedrijfswereld – spelen daar nu op in. Met Be Circular.Brussels zetten ze een nieuw gratis opleidings- en begeleidingsprogramma rond circulair bouwen in de steigers. Geïnteresseerde bedrijven leren er hoe ze bouwelementen demonteerbaar kunnen maken zodat ze niet verloren gaan.

De initiatiefnemers stellen dat momenteel nog te veel bouwmateriaal verloren gaat. De Brusselse bouwsector zorgt namelijk voor zowat 628.000 ton ‘afval’ per jaar. En hoewel 91% daarvan gerecycleerd wordt, vermindert de gebruikswaarde ervan sterk. Door processen aan te leren die focussen op hergebruik, kan dat worden vermeden.

Bent u van plan een nieuw kantoor te bouwen, dat goed scoort op het vlak van ecologie en circulariteit? Misschien moet u dan kiezen voor een drijvend complex, dat in hout wordt opgetrokken.
Het Global Center on Adaptation deed het al. De organisatie die op initiatief van de Wereldbank kennis over klimaatverandering bundelt en onderzoekt hoe daarop kan worden ingespeeld, neemt de volgende vijf à tien jaar zijn intrek in een pand van 3.000 vierkante meter dat in hout is opgetrokken – wat het een gunstige CO2-voetafdruk geeft – en op een platform op de Rijn in Rotterdam dobbert.

Het platform van 90 bij 24 meter speelt ten volle in op de circulariteit. Indien nodig kan het makkelijk naar een andere haven worden versleept zodat het niet vastgeklonken is aan een vaste locatie. Voorts kan het geheel of gedeeltelijk worden gedemonteerd, wat handig is mocht er morgen minder ruimte nodig zijn. Het hout is herbruikbaar eens het kantoor of een deel ervan uit elkaar gehaald moet worden. Aan de andere kant kan het complex ook modulair worden uitgebreid.

Aan de zuidelijke kant heeft het kantoor zonnepanelen, die voor de volledige energievoorziening zorgen. Aan de noordelijke kant is er een groendak. De koeling van de gebouwen, gebeurt met water uit de Rijn. Balkons rond elke verdieping zorgen voor een passieve zonwering.

Het drijvende gebouw krijgt op de gelijkvloerse verdieping een publiek toegankelijk restaurant. Op termijn kan het hele complex ook worden omgebouwd tot woongelegenheden.

Het hergebruik van goederen raakt steeds meer ingeburgerd. Bijna twee op de drie Vlamingen hebben vorig jaar een reeds gebruikt product gekocht, verkocht, gekregen of weggegeven.

In totaal goed voor 33,8 kg per persoon. Dat is veel meer dan tot nog toe werd aangenomen. Een nieuwe studie van het Steunpunt Circulaire Economie beperkte het hergebruik niet langer tot wat de Vlamingen in de Kringwinkel kochten, de onderzoekers hielden ook rekening met aankopen op tweedehandssites, veilingen, rommelmarkten, bij garageverkopen en bij het informeel doorgeven aan familie en vrienden. Het hergebruik was dan geen 5,4 kg per persoon, maar 33,8 kg.

Met herbestemd kantoormateriaal voor thuisgebruik van Nnof kan je op deze trend inspelen.

De opdracht van de facility managers, die instaan voor het onderhoud van de kantoren en er ook moeten voor zorgen dat de werknemers alles ter beschikking hebben om hun taken goed te uit te voeren, is veeleisender geworden.

Bij hun aankopen moeten ze niet alleen rekening houden met de prijs en de kwaliteit, maar ook met de duurzaamheid ervan.

Het verlagen van de ecologische voetafdruk, die steeds hoger op de agenda staat, begint bij de inkoop. Dat geldt onder meer bij de aankoop van schoonmaakmiddelen en het inhuren van een poetsfirma. Belangrijk daarbij is onder meer het waterverbruik en welke schoonmaakmiddelen worden ingezet.

Er zijn voldoende middelen die het milieu minder belasten.

Een vloer met geschiedenis. Dat was de parketvloer in het Brusselse Beursgebouw zeker. Jarenlang werd hij belopen door beursmakelaars die aandelen kochten en verkochten. Hij maakte dan ook meerdere crisissen mee.

Toch moest hij de deur uit. Het Brusselse beursgebouw is al sinds 2015 niet meer de thuis van Euronext Brussel, dat naar een modern pand verkaste. Er komt een biermuseum in de plaats. En daarvoor zijn verbouwingen nodig.

De stad Brussel, die eigenaar is van het Beursgebouw, besloot de parketvloer niet te laten afvoeren, maar verkocht hem met het oog op hergebruik. Er waren 73 loten van zowat 20 m². Twee kopers kochten hem voor in totaal 29.840 euro.

Op zoek naar een ontwerp waarin gerecycleerd materiaal past? Bij Nnof zit je goed.

Bedrijven volgens een echt circulair model laten werken, is een pak complexer dan via een traditionele bedrijfsvoering.

Je moet immers ook volledig inzicht krijgen in de keten van je leveranciers en in die van je afnemers. Dat stelden research teaching assistent Giulia Caterina Verga van de Université Libre de Bruxelles (ULB) en research associate Jean Mansuy van de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) in een webinar over een circulaire bedrijfsvoering bij het Verbond van Belgische Ondernemingen(VBO).

Mansuy: “Een circulair bedrijf moet de volledige herkomst van zijn grondstoffen kennen. Ook moet het weten wat zijn klanten vervolgens met de afgewerkte producten gaan doen. Anders kan je de cirkel niet sluiten.”

“Een oplossing hiervoor is dat je een groter deel van de productieketen in eigen handen neemt of dat je voor geëngageerde partners kiest”, aldus nog Mansuy.

“Een circulair bedrijf heeft ook een extra dimensie in zijn bedrijfsmissie”, aldus Verga en Mansuy. “Het is niet alleen zorgen voor een toegevoegde waarde, waarvoor je klanten bereid zijn om te betalen. Maar tegelijk de producten zo ontwerpen en produceren dat er op een efficiënte manier wordt omgegaan met grondstoffen. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een langer leven voor je producten, voor de mogelijkheid om ze te herstellen of een tweede leven voor andere toepassingen te geven.“

Verga: “Hierbij moeten we wel opletten voor een klassieke val: meer consumeren omdat de producten beter zijn.”

Nnof, Transmoove en Nnofcare willen niet alleen voorlopers zijn op het vlak van circulaire economie, we hebben ons ook geëngageerd om de SDG-doelstellingen van de Verenigde Naties actief te ondersteunen.

De Sustainable Development Goals (SDG) of Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen werden in 2015 door de Verenigde Naties goedgekeurd. Ze hebben tot doel om tegen 2030 de armoede te bannen, de ongelijkheid te bestrijden en de klimaatverandering aan te pakken.

Bedrijven die het goed voorhebben met de wereld en de maatschappij kunnen hiertoe bijdragen door acties te ontwikkelen. Wie in een periode van vijf jaar drie keer positief wordt geëvalueerd, ontvangt het internationale certificaat van de VN en wordt bekroond tot SDG Pioneer. In ons land gebeurt de opvolging door VOKA, UWE en VOB.

De Nnof-bedrijven kregen deze erkenning al. We zetten daartoe in op een hele reeks SDG’s. Het gaat onder meer om SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie). Dat doen we door voor al onze zitmeubelen niet alleen gerecupereerde meubelplaten te gebruiken, maar ook door het vervoer te groeperen en een brandstof te gebruiken waarvan het effect op het milieu lager is dan gebruikelijk.

Verder ondersteunen we SDG 10 (ongelijkheid verminderen). Dat doen we onder meer door samen te werken met een sociale werkplaats, waarbij we dagelijks mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt inzetten.

En ook SDG 15 (leven op het land) kan op ons rekenen. Zo helpen we klanten graag bij de keuze voor biodiversiteit bij de heraanleg van hun buiteninfrastructuur.