Een Britse start-up maakt van afval leuke meubels en designproducten. Dat dwingt respect af, vinden wij.

Pentatonic heeft een krachttoer uitgehaald: afval uit het dagelijks leven recycleren tot meubels en gebruiksvoorwerpen met een verbluffend mooie look. Smartphoneschermen worden drinkglazen, petflessen zien er plots uit als tafel- en stoelpoten, van oude dvd’s maken ze een bureau … Door samen te werken met Europese afvalverwerkingsbedrijven spoort de start-up materialen op die bruikbaar zijn om er meubels mee te maken. Voor begin 2018 staat er een meubelcollectie op basis van sigarettenpeuken op het programma …

Jammer genoeg lijkt de Belg helemaal op te gaan in zijn werk. Maar wat als we minder ruimte voor werk in ons leven zouden maken?

Volgens een internationale enquête van Robert Half die bij 25.000 werknemers werd afgenomen, onder wie ruim 1.000 Belgen, zouden de Duitsers, Nederlanders, Britten en vooral de Amerikanen zich het meeste in hun sas voelen op het werk. De Belgen komen ver achter deze koplopers, met een score van 65,2/100. Zij zouden graag meer respect en waardering krijgen en meer gelijkheid en vrijheid ondervinden.

In een column op de Amerikaanse website Quartz reikt de Amerikaanse filosoof Andrew Taggart een oplossing aan om eindelijk geluk op het werk te kennen: er minder belang aan hechten! Wat helemaal niet betekent dat we minder gaan werken of ons werk slordig uitvoeren, het moet alleen een minder grote plaats krijgen in ons leven.

Meteen kan er meer aandacht gaan naar andere aspecten, zoals ons gezin, sport, ontspanning, … Of gewoon meer tijd voor onszelf nemen, om de fundamentele waarden in ere te herstellen. Ook voor al die mensen die hun werk graag doen, is dit belangrijk, want het betekent meer innerlijke rust.

Er is nog leven buiten het werk. Wie ten volle in het leven staat, kan zich beter focussen als dat nodig is. En dit herwonnen evenwicht maakt gelukkiger … op elk domein.

Op 21 november is er in Brussel een hele namiddag lang volop gelegenheid om ideeën over de circulaire economie uit te wisselen.

Op zoek naar concrete oplossingen in verband met de circulaire economie? De Circular Economy Day Belgium vindt op 21 november plaats, vanaf 14 uur. Een niet te missen evenement, georganiseerd door het Agoria expertisecentrum Milieu. Internationale sprekers en bedrijven zullen het hebben over hun ervaringen en innovaties. Ook verscheidene ministers komen langs en dit bewijst nog maar eens dat de circulaire economie centraal staat in veel investeringsprojecten.

Witloofafval levert voldoende energie op voor de verlichting en verwarming van een witloofproducent …

In Nijvel produceert Joluwa elk jaar 2.000 ton witloof. Het bedrijf had het lumineuze idee om met het afval een installatie te laten functioneren die licht en warmte opwekt voor zijn eigen teelt- en verwerkingseenheden. Er is zelfs nog genoeg energie over om de nabijgelegen drukkerij Rossel te verwarmen. De gebruikte technologie voor biomethanisering werd ontwikkeld door GreenWatt, dat onlangs werd overgenomen door Sol Energy Solutions. Het idee kreeg navolging, want ondertussen functioneren dergelijke installaties in het buitenland met afval van wortelen, meloenen en aardappelen …

Lang levede recyclage! Maar er is te weinig vraag naar producten uit gerecycleerde materialen. Go4Circle, de bedrijfsfederatie van de circulaire economie, heeft duizend-en-één ideeën om daar iets aan te doen.

Belgen zijn Europese kampioenen in het sorteren: wij scheiden tot 80% van ons afval (papier, karton, glas, groenafval, …). De Gewesten willen nog een stap verder gaan. En het is alleen maar toe te juichen dat Vlaanderen, Wallonië en Brussel hun afvalplan nog willen verbeteren. Maar hoe zit het met de recyclage van al dat afval en met ecodesign?

Go4Circle, de bedrijfsfederatie van de circulaire economie, hoopt op meer initiatieven van de federale regering om ecodesign te bevorderen en de vraag naar gerecycleerde materialen op te drijven. Er zouden onder andere financiële stimuli moeten komen om bedrijven aan te sporen meer gerecycleerde materialen te gebruiken. Dat zou ongetwijfeld gunstige gevolgen hebben. De federatie vindt ook dat bepaalde producten een verplicht minimaal gehalte aan gerecycleerde materialen zouden moeten bevatten. En bedrijven moeten worden aangespoord om perfect recycleerbare producten te vervaardigen.

Eind 2016 werd er met de federale regering een charter voor een meer circulaire economie ondertekend. Nnof heeft daar niet op gewacht om duurzaam te denken en te handelen. Kantoormeubels renoveren en verwerken tot andere producten leidt tot minder afval en een lager grondstoffenverbruik. En het geeft veel bedrijven inspiratie.

In hartje Rotterdam ligt de Blue City, een incubator die functioneert volgens het principe van de blauwe economie. De natuur dient als inspiratiebron voor dit model van circulaire economie waarin duurzaam innoveren centraal staat.

Het BlueCity-project heeft zijn intrek genomen in een voormalig en nu helemaal gerenoveerd zwembad. Een vijftiental bedrijven wil er milieuvriendelijke producten creëren die tegelijk de kosten doen dalen. In dit ecosysteem dient het afval van het ene bedrijf als de grondstof voor een ander. En het is de Belg Gunter Pauli die dit model van een “blauwe” economie heeft uitgewerkt.

In de BlueCity gebruikt bijvoorbeeld een meubelfabrikant de bijenwas van een imker om zijn meubels af te werken, terwijl een ondernemer spirulina kweekt (eiwitrijke algen) met de CO2 afkomstig van de restwarmte van de champignonteelt op koffiedik door de firma RotterZwam.

Op de site is plaats voor maximaal 50 bedrijven. Enige voorwaarde: het moeten realistische idealisten zijn die meedenken over de circulaire economie en drastische afvalvermindering. Het initiatief wordt fors gesteund door de stad Rotterdam. Wanneer zien we bij ons zo’n blauwe “city”?

“Toon mij hoe je bureau (niet) is opgeruimd en ik vertel je wie je bent.” Onderzoekers in Europa en de Verenigde Staten gingen binnengluren bij talrijke kantoorwerkers en proberen uitspraken te doen over hun geestesgesteldheid en karakter. Een samenvatting!

> Een overvol bureau: of misschien beter, een bureau waarin alleen jij je weg kan vinden. Dossiers in alle richtingen, bezaaid met tientallen Post-its® … De conclusies liggen voor de hand: je kan maar moeilijk iets weggooien en je wil alles zelf strak in de hand houden.

> Een vrijwel leeg bureau: geen persoonlijke voorwerpen, geen foto’s of groene planten, alleen maar het strikt noodzakelijke om te werken. Je bent duidelijk koud en afstandelijk. Maar je werkt ook nauwkeurig en georganiseerd.

> Een bureau met een vleugje humor: een basketbal in een hoek, een zakje beertjessnoepjes naast een Batman-mok … Hier is een “rebel” aan het werk, die graag buiten de lijntjes kleurt. Waarschijnlijk combineert hij echte creativiteit met innoverende spontaneïteit.

> Een bureau als een archief: het menu van de laatste lunch met collega’s, de samenvatting van een vergadering van 6 maanden geleden, de uitnodiging voor de teambuilding van 2013 … Je bureau lijkt wel het bedrijfsmuseum. Je bent solidair, hartelijk, geapprecieerd door je collega’s, maar niet altijd even discreet …

De coöperatieve Usitoo vindt dat wij in dit tijdperk van de deeleconomie anders moeten omgaan met doe-het-zelf gereedschap.

Waarom zou je nog gereedschap kopen en bijhouden dat je in een heel jaar misschien maar enkele minuten gebruikt? Usitoo koopt, herstelt en onderhoudt het gereedschap dat toch maar rondslingert in onze garage en verhuurt het aan zijn leden. Een maandabonnement bij Usitoo kost € 15 tot 29. Gereedschap delen betekent minder productie en minder vervuiling, maar ook productiever gereedschap, een community die terechtkan op veel afhaalpunten, de mogelijkheid om gereedschap thuis te laten leveren, … Usitoo is tot nu toe alleen in Brussel actief, maar binnenkort zijn ook andere steden aan de beurt.

Met 3 weet je altijd meer dan alleen en die wijsheid geldt zeker ook voor de circulaire economie.

Op initiatief van het “Institut de l’environnement, du développement durable et de l’économie circulaire” uit de Canadese provincie Québec hebben de steden Montreal, Brussel en Parijs een netwerk opgericht om steden te begeleiden bij het uitbouwen van hun circulaire economie. De onderzoekers en spelers van de circulaire economie in de 3 landen wisselen via dit netwerk hun kennis uit. Innovatie is immers in het voordeel van iedereen.

Een studie door de Universiteit van Maastricht en de Erasmus Universiteit in Rotterdam toont aan dat er een verband is tussen de waardering die werknemers krijgen en productiviteit. 

Volgens de Nederlandse onderzoekers kan de productiviteit met 5 tot 7% stijgen als werknemers voldoende erkenning krijgen voor hun prestaties op de werkvloer. Complimentjes en blijken van erkentelijkheid voor het geleverde werk oefenen bovendien een positieve invloed uit op alle werknemers, dus niet alleen op de persoon die een pluim krijgt. Dergelijke aanmoedigingen zijn motiverend en laten zien dat de managers betrokken zijn, kunnen luisteren en hun teams waarderen. Maar let op: dit betekent niet dat iemand de hele tijd schouderklopjes moet krijgen. Een natuurlijke, spontane en gemeende houding is het belangrijkste.