Onderschat het belang van netjes onderhouden kantoren niet. Ze hebben zowel op medewerkers als klanten een positieve invloed. En dat komt uw bedrijf ten goede.

Is het niet aangenamer werken in een goed gepoetste ruimte, waar de burelen handig zijn ingericht en planten voor een fris accent zorgen?

Zorgt dat niet voor een klimaat waarin het personeel vlotter extra inspanningen doet? Bovendien wijst een mooi gepoetste ruimte ook op een goede hygiëne.

Maar ook bij klanten laat een net kantoor een betere indruk na. Wie wil uitblinken in zijn sector, neemt dat best ook letterlijk.

Met Care zorgen we al meer dan 45 jaar dat u hiervoor kunt terugvallen op bewezen expertise.

Bent u van plan nieuwe kantoren te bouwen? Misschien kunt u ze gewoon uit een 3D-printer laten rollen. Daar is niet alleen minder mankracht voor nodig dan voor een klassiek bouwwerk, het laat toe om ook veel afval te besparen.
Inspiratie kunt u onder meer vinden in Dubai. Daar is wettelijk vastgelegd dat tegen 2030 elk nieuw gebouw voor minstens een kwart uit 3D-geprint materiaal moet bestaan.

Dat het kan, bewezen ze al. Al in 2016 werd er een heel kantoorgebouw van 250 m² mee gezet. Niet toevallig vond de Dubai Future Academy er onderdak. De eigenlijke productie gebeurde in China. Daar werden in 17 dagen 17 U-vormige modules van 17 m bij 3 m geprint. Na het transport ervan naar de werf duurde het slechts twee dagen om de ruwbouw te zetten, aanleg van nutsvoorzieningen incluis. Kostprijs: zowat 125.000 euro. Het printen van de bouw liet ook toe om de hoeveelheid bouwafval bij de constructie met 60% te verminderen.

Intussen worden ook elders in de wereld in de bouw testen uitgevoerd met een 3D-printer. Naast het kostprijsvoordeel en het vermijden van afval biedt dit ook de mogelijkheid om extremere vormen te gebruiken in de ontwerpen.

In eigen land werd in Kamp C, het innovatiecentrum voor innovatief en duurzaam bouwen in Westerlo, de grootste 3D-betonprinter van Europa geïnstalleerd. Hij moet aannemers inspireren om ermee aan de slag te gaan.

Daarbij wordt ook verder gezocht naar duurzame bouwmaterialen. Zo werd al gekeken naar geopolymeren om cement te vervangen in het te printen materiaal.

Hoewel de maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen, versoepeld zijn, keert nog niet iedereen terug naar het gewone werkleven. Afstand houden en een opgevoerde hygiëne zijn noodzakelijk. Maar hoe doen we dat in de praktijk? De impact is groter dan velen vermoeden.

Het begint al bij het onthaal. Daar kunnen we in een plexischerm voorzien aan de ontvangstbalie, al dan niet met een doorgeefsleuf onderaan. Heeft u wachthoeken, dan moeten we daar desnoods een aantal stoelen en zetels weghalen. Ten slotte moeten we een wachtafstand markeren op de grond.

Kan er in de hal en de wandelgangen eenrichtingsverkeer worden toegepast of niet? In dit laatste geval moeten we misschien uitwijkzones markeren, waar mensen mekaar kunnen kruisen.

In de kantoren zelf zijn de meeste werkeilanden ruim genoeg om de aanbevolen afstand van 1,5 m tussen personen te respecteren. Toch kan het nuttig zijn extra afstand te creëren en veiligheidsschermen te plaatsen. Zijn de werkeilanden toch te klein, dan moeten werkplekken worden opengelaten en schermen worden geplaatst.

Andere mogelijkheden: slechts één kant van een werkeiland gebruiken, de combinatie van werkeilanden en kasten herschikken, … Hou daarbij rekening met de bekabeling.

In een eerste fase kan een beperkte ingreep volstaan omdat een aantal werknemers nog van thuis werkt. Een volgende fase vergt misschien een grondige ingreep.

Probeer bij dit alles de werkomgeving ook voldoende aantrekkelijk te houden voor uw medewerkers. Een goede balans vinden tussen veilig en comfortabel werken, is de uitdaging. Vergeet ook niet om regelmatig de werkplekken te ontsmetten.

Nnof kan u zowel met advies als met materiaal helpen bij de inrichting van uw coronaproof kantoor.

Twee jaar na de ondertekening van de Green Deal Circulair Aankopen werden door de deelnemers al meer dan honderd aankoopexperimenten gedaan.

De Green Deal Circulair Aankopen werd in 2017 ondertekend door 153 bedrijven en overheden. Ze verbonden zich ertoe om gedurende twee jaar een opleidingstraject te volgen over circulair aankopen. Slechts enkele maanden later leidde dat al tot meer dan 100 aankoopexperimenten.

De deelnemers van de Green Deal vormden samen een lerend netwerk. Dat was nodig omdat circulair aankopen nog voor iedereen nieuw was. Het gaat immers veel verder dan prijs vragen aan een drietal leveranciers omdat de beste aankoop soms geen aankoop is, maar wel hergebruik. Proficiat voor dit machtig initiatief. Het heeft een enorme meerwaarde opgeleverd.

Meer dan dertig ontwerpers van duurzame designkleding en interieurartikelen hebben zich gegroepeerd in EDO Collective. Hun aanbod vindt u op hun website. Mocht de coronacrisis tijdig gaan liggen, dan kunt u hun creaties ook nog minstens tot juni gaan bekijken in hun gemeenschappelijke winkel in de Lange Koepoortstraat in Antwerpen.

De naam EDO verwijst naar Japan. Het is de naam die de huidige hoofdstad Tokyo tot 1868 droeg, toen het nog een klein vissersdorpje was. De gemeenschap die er leefde, was noodgedwongen coöperatief en duurzaam avant la lettre. De karige hoeveelheid grondstoffen die voorhanden was, werd beschouwd als extreem waardevol, waardoor er van verspilling en afval geen sprake kon zijn. Alles wat zijn nut verloren had, werd hersteld of herbestemd in andere toepassingen of objecten.

Daar voegden de initiatiefnemers nu ‘Collective’ aan toe. Designers die zich herkennen in de EDO-filosofie werken er samen om hun producten aan de man of vrouw te brengen. Het gaat steeds om creatievelingen die vanuit een duurzaam perspectief aan de slag gaan: producten met een zo laag mogelijke impact op milieu en gezondheid. Bijvoorbeeld door alleen te produceren op vraag, zodat er geen overproductie is. Of door een volledig recycleerbaar of modulair product aan te bieden. Ook een focus op kwaliteit en lange levensduur is van belang.

EDO Collective werd opgestart door de enthousiastelingen die ook al aan de basis lagen van het experiment Les Rebelles d’Anvers. Zij startten in 2016 met een zogenaamde kledingbibliotheek, een plaats waar je voor een vast bedrag per maand designerkleding kan huren. Je hoeft die dus zelf niet te kopen, terwijl je toch geregeld nieuwe stukken hebt en tegelijk hangt de kleding geen maanden in de kast zonder gedragen te worden.

Voelt u zich een beetje dronken? Dan heeft u voortaan een nieuw excuus: uw kantoren werden gepoetst met een nieuw schoonmaakmiddel van Ecover. De producent van ecologische wasproducten heeft namelijk een nieuw product, waarin de restalcohol die overblijft bij de productie van alcoholvrij bier werd verwerkt. Deze reststof wordt gebruikt om het schoonmaakmiddel vloeibaar en houdbaar te houden. De restalcohol komt van de AB InBev-brouwerij in Leuven. Ze wordt overgebracht naar de fabriek van Ecover in Malle, waar ze in de schoonmaakproducten wordt gemengd. Op die manier blijft ook het transport beperkt.

Op zoek naar een originele aankleding van uw kantoor? Dan behoort een wandtapijt misschien tot de mogelijkheden. En waarom geen tapijt dat volledig is gemaakt met restgarens en overstock van bedrijven en textielwerkplaatsen? Grafisch designer Victor Verhelst en textielontwerper Thomas Renwart van het circulair ontwerpbureau Monseigneurs wonnen er nog de BKRK (Bokrijk)-Award mee. Verhelst en Renwart laten zich voor hun circulaire wandtapijten en doeken inspireren door de natuur. Nadien vertalen ze hun grafische tuin in textiel, waarbij ze oude ambachten combineren met nieuwe technieken.

Alle overheden in ons land worden zich steeds meer bewust van het belang van de circulaire economie. Zowel de Vlaamse als de Waalse en de Brusselse regering besteden er in hun regeerakkoord aandacht aan. De Vlaamse overheid zegt zelf het goede voorbeeld te willen geven door bij openbare aanbestedingen circulaire voorrangsregels in te stellen. Ook stelt ze in haar regeerakkoord dat producten slimmer ontworpen moeten worden, zodat ze langer meegaan en makkelijker herstelbaar, herbruikbaar en recycleerbaar zijn. “We bevorderen herstelling van producten en hergebruik van onderdelen. Recyclage vormt de sluitsteen om alle grondstoffen maximaal te herwinnen”, heet het. Het Waalse regeerakkoord vermeldt dat de ontwikkeling van de circulaire economie een belangrijke as van de economische en industriële politiek moet zijn zodat ze een opportuniteit wordt voor het Waalse bedrijfsleven. Ook moet ze de overheid helpen om haar internationale engagementen op milieuvlak met een bijzondere aandacht voor het optimaal gebruik van grondstoffen na te komen. Het Brusselse regeerakkoord vindt het noodzakelijk om over te stappen van een lineair economisch model naar een circulair model. Daarom zegt de regering dat ze op basis van haar Strategie 2025 zal instaan voor de gecoördineerde sturing van het Gewestelijk Programma voor de Circulaire Economie (GPCE), het Hulpbronnen- en Afvalbeheerplan (HABP) en het industrieplan. Zij wil deze plannen ook verder versterken om onder meer de opkomst van nieuwe bedrijfstakken die grond- en afvalstoffen hergebruiken voor nuttige doeleinden te stimuleren.

De Vlaamse overheid is ervan overtuigd dat ze haar oud meubilair beter kan laten opwaarderen om het opnieuw te gebruiken in plaats van alles weg te gooien en volledig nieuw te bestellen. Of ze kan dergelijk gerefurbished meubilair ook extern inkopen. Ze sloot hiervoor twee raamcontracten met Nnof. Met de keuze voor een circulaire kantoorinrichting geeft het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid een zeer belangrijk signaal. Al haar diensten, inclusief die van de openbare instellingen en die van steden en gemeenten en OCMW’s, kunnen via de raamcontracten voor refurbishment kiezen. Daarbij worden zoveel mogelijk meubelen hergebruikt. Lukt dat niet, dan worden de goede onderdelen ervan gerecupereerd om er andere zaken mee te maken. Die keuze zorgt niet alleen voor milieuwinst, de overheid speelt er ook mee in op een maatschappelijke trend. De circulaire economie wordt de norm. Ze laat ook toe om authentiek te zijn. Nnof staat in voor de inventarisatie van wat beschikbaar is, het leveren van ideeën voor een refurbishment, het ontwerpen van het nieuwe interieur met de nodige functionaliteiten en gewenste look & feel, de uitvoering ter plaatse en de veranderbegeleiding. Daarbij wordt een maximaal circulair resultaat beoogd. Zes stappen worden overlopen. Wat verhuist 1 op 1? Wat zetten we na aanpassingen terug in? Wat gebruiken we als grondstof voor andere werkplekken? Wat kopen we nieuw aan? Wat verkopen we of schenken we weg? En wat voeren we af? Voor de uitvoering werkt Nnof met lokale mensen, onder wie sommigen met een sociale achterstand. Is het nodige materiaal niet in de eigen organisatie ter beschikking, dan kan de overheid standaardproducten van Nnof kopen. Elk traject wordt begeleid door een projectmanager van Nnof. Die zorgt ook voor een uitgebreide rapportering met de resultaten op het vlak van CO2-besparing.

Van 18 tot 20 november 2019 was België gastland voor de Hotspot van de circulaire economie. Gedurende die drie dagen liet ons land zien dat het een aantal bedrijven telt die leider zijn in dit domein. Tijdens een conferentie voor bedrijfsleiders stelde directeur Hans Bruyninckx van het Europees Milieuagentschap het rapport van zijn instelling over de circulaire economie voor. Hij had ook een boodschap: “De ambities en initiatieven van Europa’s circulaire economie zijn veelbelovend, maar ze staan nog in de kinderschoenen. Het is tijd om het tempo op te voeren van eerste stappen naar grote sprongen die onze niet-duurzame productie- en consumptiesystemen ingrijpend omvormen.”