Het hergebruik van goederen raakt steeds meer ingeburgerd. Bijna twee op de drie Vlamingen hebben vorig jaar een reeds gebruikt product gekocht, verkocht, gekregen of weggegeven.

In totaal goed voor 33,8 kg per persoon. Dat is veel meer dan tot nog toe werd aangenomen. Een nieuwe studie van het Steunpunt Circulaire Economie beperkte het hergebruik niet langer tot wat de Vlamingen in de Kringwinkel kochten, de onderzoekers hielden ook rekening met aankopen op tweedehandssites, veilingen, rommelmarkten, bij garageverkopen en bij het informeel doorgeven aan familie en vrienden. Het hergebruik was dan geen 5,4 kg per persoon, maar 33,8 kg.

Met herbestemd kantoormateriaal voor thuisgebruik van Nnof kan je op deze trend inspelen.

De opdracht van de facility managers, die instaan voor het onderhoud van de kantoren en er ook moeten voor zorgen dat de werknemers alles ter beschikking hebben om hun taken goed te uit te voeren, is veeleisender geworden.

Bij hun aankopen moeten ze niet alleen rekening houden met de prijs en de kwaliteit, maar ook met de duurzaamheid ervan.

Het verlagen van de ecologische voetafdruk, die steeds hoger op de agenda staat, begint bij de inkoop. Dat geldt onder meer bij de aankoop van schoonmaakmiddelen en het inhuren van een poetsfirma. Belangrijk daarbij is onder meer het waterverbruik en welke schoonmaakmiddelen worden ingezet.

Er zijn voldoende middelen die het milieu minder belasten.

Ook de mode ontsnapt niet aan de trend tot hergebruik, al spreekt de sector liever van upcycling.

De Italiaanse ontwerper Giorgio Armani noemde begin dit jaar het ritme waarin nieuwe collecties worden gelanceerd crimineel. Het houdt het tempo waarin kleding veroudert erg hoog en het zorgt voor overstocks.

Zijn signaal wordt opgepikt. Zelfs door een luxefabrikant als Louis Vuitton. De herencollectie voorjaar-zomer 2021 telt 25 ontwerpen die vertrekken van oude kledij, die ‘upcycling’ ondergaan.

Ook kleinere producenten doen mee. Het Belgische Shake & Kai maakt kleding die voor 50% bestaat uit gerecycleerde katoen en voor de overige 50% uit polyester van gebruikte plastic flessen.

Onderschat het belang van netjes onderhouden kantoren niet. Ze hebben zowel op medewerkers als klanten een positieve invloed. En dat komt uw bedrijf ten goede.

Is het niet aangenamer werken in een goed gepoetste ruimte, waar de burelen handig zijn ingericht en planten voor een fris accent zorgen?

Zorgt dat niet voor een klimaat waarin het personeel vlotter extra inspanningen doet? Bovendien wijst een mooi gepoetste ruimte ook op een goede hygiëne.

Maar ook bij klanten laat een net kantoor een betere indruk na. Wie wil uitblinken in zijn sector, neemt dat best ook letterlijk.

Met Care zorgen we al meer dan 45 jaar dat u hiervoor kunt terugvallen op bewezen expertise.

Bent u van plan nieuwe kantoren te bouwen? Misschien kunt u ze gewoon uit een 3D-printer laten rollen. Daar is niet alleen minder mankracht voor nodig dan voor een klassiek bouwwerk, het laat toe om ook veel afval te besparen.
Inspiratie kunt u onder meer vinden in Dubai. Daar is wettelijk vastgelegd dat tegen 2030 elk nieuw gebouw voor minstens een kwart uit 3D-geprint materiaal moet bestaan.

Dat het kan, bewezen ze al. Al in 2016 werd er een heel kantoorgebouw van 250 m² mee gezet. Niet toevallig vond de Dubai Future Academy er onderdak. De eigenlijke productie gebeurde in China. Daar werden in 17 dagen 17 U-vormige modules van 17 m bij 3 m geprint. Na het transport ervan naar de werf duurde het slechts twee dagen om de ruwbouw te zetten, aanleg van nutsvoorzieningen incluis. Kostprijs: zowat 125.000 euro. Het printen van de bouw liet ook toe om de hoeveelheid bouwafval bij de constructie met 60% te verminderen.

Intussen worden ook elders in de wereld in de bouw testen uitgevoerd met een 3D-printer. Naast het kostprijsvoordeel en het vermijden van afval biedt dit ook de mogelijkheid om extremere vormen te gebruiken in de ontwerpen.

In eigen land werd in Kamp C, het innovatiecentrum voor innovatief en duurzaam bouwen in Westerlo, de grootste 3D-betonprinter van Europa geïnstalleerd. Hij moet aannemers inspireren om ermee aan de slag te gaan.

Daarbij wordt ook verder gezocht naar duurzame bouwmaterialen. Zo werd al gekeken naar geopolymeren om cement te vervangen in het te printen materiaal.

Hoewel de maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen, versoepeld zijn, keert nog niet iedereen terug naar het gewone werkleven. Afstand houden en een opgevoerde hygiëne zijn noodzakelijk. Maar hoe doen we dat in de praktijk? De impact is groter dan velen vermoeden.

Het begint al bij het onthaal. Daar kunnen we in een plexischerm voorzien aan de ontvangstbalie, al dan niet met een doorgeefsleuf onderaan. Heeft u wachthoeken, dan moeten we daar desnoods een aantal stoelen en zetels weghalen. Ten slotte moeten we een wachtafstand markeren op de grond.

Kan er in de hal en de wandelgangen eenrichtingsverkeer worden toegepast of niet? In dit laatste geval moeten we misschien uitwijkzones markeren, waar mensen mekaar kunnen kruisen.

In de kantoren zelf zijn de meeste werkeilanden ruim genoeg om de aanbevolen afstand van 1,5 m tussen personen te respecteren. Toch kan het nuttig zijn extra afstand te creëren en veiligheidsschermen te plaatsen. Zijn de werkeilanden toch te klein, dan moeten werkplekken worden opengelaten en schermen worden geplaatst.

Andere mogelijkheden: slechts één kant van een werkeiland gebruiken, de combinatie van werkeilanden en kasten herschikken, … Hou daarbij rekening met de bekabeling.

In een eerste fase kan een beperkte ingreep volstaan omdat een aantal werknemers nog van thuis werkt. Een volgende fase vergt misschien een grondige ingreep.

Probeer bij dit alles de werkomgeving ook voldoende aantrekkelijk te houden voor uw medewerkers. Een goede balans vinden tussen veilig en comfortabel werken, is de uitdaging. Vergeet ook niet om regelmatig de werkplekken te ontsmetten.

Nnof kan u zowel met advies als met materiaal helpen bij de inrichting van uw coronaproof kantoor.

Twee jaar na de ondertekening van de Green Deal Circulair Aankopen werden door de deelnemers al meer dan honderd aankoopexperimenten gedaan.

De Green Deal Circulair Aankopen werd in 2017 ondertekend door 153 bedrijven en overheden. Ze verbonden zich ertoe om gedurende twee jaar een opleidingstraject te volgen over circulair aankopen. Slechts enkele maanden later leidde dat al tot meer dan 100 aankoopexperimenten.

De deelnemers van de Green Deal vormden samen een lerend netwerk. Dat was nodig omdat circulair aankopen nog voor iedereen nieuw was. Het gaat immers veel verder dan prijs vragen aan een drietal leveranciers omdat de beste aankoop soms geen aankoop is, maar wel hergebruik. Proficiat voor dit machtig initiatief. Het heeft een enorme meerwaarde opgeleverd.

Meer dan dertig ontwerpers van duurzame designkleding en interieurartikelen hebben zich gegroepeerd in EDO Collective. Hun aanbod vindt u op hun website. Mocht de coronacrisis tijdig gaan liggen, dan kunt u hun creaties ook nog minstens tot juni gaan bekijken in hun gemeenschappelijke winkel in de Lange Koepoortstraat in Antwerpen.

De naam EDO verwijst naar Japan. Het is de naam die de huidige hoofdstad Tokyo tot 1868 droeg, toen het nog een klein vissersdorpje was. De gemeenschap die er leefde, was noodgedwongen coöperatief en duurzaam avant la lettre. De karige hoeveelheid grondstoffen die voorhanden was, werd beschouwd als extreem waardevol, waardoor er van verspilling en afval geen sprake kon zijn. Alles wat zijn nut verloren had, werd hersteld of herbestemd in andere toepassingen of objecten.

Daar voegden de initiatiefnemers nu ‘Collective’ aan toe. Designers die zich herkennen in de EDO-filosofie werken er samen om hun producten aan de man of vrouw te brengen. Het gaat steeds om creatievelingen die vanuit een duurzaam perspectief aan de slag gaan: producten met een zo laag mogelijke impact op milieu en gezondheid. Bijvoorbeeld door alleen te produceren op vraag, zodat er geen overproductie is. Of door een volledig recycleerbaar of modulair product aan te bieden. Ook een focus op kwaliteit en lange levensduur is van belang.

EDO Collective werd opgestart door de enthousiastelingen die ook al aan de basis lagen van het experiment Les Rebelles d’Anvers. Zij startten in 2016 met een zogenaamde kledingbibliotheek, een plaats waar je voor een vast bedrag per maand designerkleding kan huren. Je hoeft die dus zelf niet te kopen, terwijl je toch geregeld nieuwe stukken hebt en tegelijk hangt de kleding geen maanden in de kast zonder gedragen te worden.

Voelt u zich een beetje dronken? Dan heeft u voortaan een nieuw excuus: uw kantoren werden gepoetst met een nieuw schoonmaakmiddel van Ecover. De producent van ecologische wasproducten heeft namelijk een nieuw product, waarin de restalcohol die overblijft bij de productie van alcoholvrij bier werd verwerkt. Deze reststof wordt gebruikt om het schoonmaakmiddel vloeibaar en houdbaar te houden. De restalcohol komt van de AB InBev-brouwerij in Leuven. Ze wordt overgebracht naar de fabriek van Ecover in Malle, waar ze in de schoonmaakproducten wordt gemengd. Op die manier blijft ook het transport beperkt.

Op zoek naar een originele aankleding van uw kantoor? Dan behoort een wandtapijt misschien tot de mogelijkheden. En waarom geen tapijt dat volledig is gemaakt met restgarens en overstock van bedrijven en textielwerkplaatsen? Grafisch designer Victor Verhelst en textielontwerper Thomas Renwart van het circulair ontwerpbureau Monseigneurs wonnen er nog de BKRK (Bokrijk)-Award mee. Verhelst en Renwart laten zich voor hun circulaire wandtapijten en doeken inspireren door de natuur. Nadien vertalen ze hun grafische tuin in textiel, waarbij ze oude ambachten combineren met nieuwe technieken.