Fietsleasing zit in de lift. Bijna een derde (31%) van de Brusselse werknemers is bereid een gezinswagen in te ruilen voor een leasefiets.

Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Lease a Bike. Voorwaarde: de werkgever moet daarvoor de mogelijkheid bieden. Daar knelt het schoentje. Slechts tien procent van de werknemers heeft nu die optie. Ongeveer de helft vermoedt dat hun werkgever er totaal niet voor openstaat.

Nochtans hebben leasefietsen veel voordelen: minder auto’s op de weg, gezondere werknemers. Vanwaar dan die weerstand? Onder meer de kostprijs houdt bedrijven tegen. “Maar het klopt niet dat fietsleasing duur is”, zegt woordvoerder Jaouad Auragh. “Het kan zonder opstartkosten. Dat maakt fietsleasing zelfs voor de kleinste kmo mogelijk.”

In navolging van The Great Resignation, de golf van vrijwillige ontslagen in de VS, stappen ook jonge werknemers bij ons steeds vaker op.

Hr-dienstverlener Acerta keek de gegevens van 260.000 Belgische werknemers in en concludeerde dat die in 2021 vlotter zelf ontslag namen. Vooral bij 25-35-jarigen tekent de trend zich af: de uitstroom in die groep is tot 44 procent groter dan in 2020. Jongeren zoeken flexibiliteit en een gezonder evenwicht tussen werk en privé.

Voor werkgevers is het aanpassen. “Bedrijven moeten creatief uit de hoek om zich op de krappe arbeidsmarkt in de kijker te werken”, stelt Jackie Klaster van Acerta. De dienstverlener meent dat ze beter inzetten op het behoud van hun personeel dan op campagnes om nieuwe mensen te werven.

De prijzen voor bouwmaterialen stegen de afgelopen maanden fors. De vraag blijft groter dan het aanbod. Tegelijk recycleert de bouwsector meer en is circulair bouwen in opmars.

Begin dit jaar kostten bouwmaterialen een kwart meer dan drie maanden eerder, blijkt uit een ondervraging van de Confederatie Bouw bij meer dan 400 bouwbedrijven. Vooral isolatiemateriaal, hout en staal stegen fors in prijs. De oorzaak ligt bij corona. “In november 2020 sloeg iedereen plots aan het bouwen of renoveren”, verklaart Niko Demeester van de Confederatie Bouw.

“Sindsdien merken we een enorme stijging in de vraag naar bouwmaterialen. Die is nog steeds groter dan het aanbod.” Gevolg: bedrijven wachten langer op materiaal en rekenen de prijsstijgingen vaak door aan de klant. Volgens Demeester is het zeker nog enkele maanden hart vasthouden voor wat er komt.

Circulair bouwen in opmars

De schaarste aan grondstoffen leidt tot bewustwording in de bouwsector. Bedrijven recycleren meer en zoeken naar alternatieve manieren van bouwen. Circulair bouwen is in opmars. Zo sloegen Deceuninck, een specialist in pvc-producten voor de bouw, en de Universiteit Gent de handen in mekaar om een gesloten materialenkringloop op te zetten. Want: veel pvc wordt na gebruik vernietigd, terwijl het perfect een tweede leven kan hebben.

De UGent bracht de nodige technologieën aan om Deceuninck te helpen met die ambitie. “Dankzij de samenwerking hebben we ook toegang tot nieuw materiaal”, klinkt het bij Deceuninck. “Wij zijn geen onderzoeksbedrijf, maar hebben die technologie wel nodig.” Of hoe de bedrijfswereld steeds meer overtuigd geraakt van het nut van circulariteit.

De vraag naar metalen voor batterijen in elektrische wagens stijgt. Door die slim te hergebruiken, geven we onze economie een opstoot.

Alsmaar meer mensen rijden elektrisch. Daardoor hebben we meer lithium en kobalt nodig, metalen die in de batterijen van elektrische auto’s zitten. Maar wat doen we met afgeschreven batterijen? Het Vlaamse Steunpunt Circulaire Economie tekende een toekomstscenario uit waarin speciale fabrieken die ombouwen tot thuisbatterijen. Volgens cijfers van VITO kan dat tegen 2030 vier miljard euro extra economische waarde creëren in vergelijking met een scenario waarin we de metalen louter recycleren.

Ook Hilde Crevits, Vlaams minister van Innovatie, is overtuigd : “zowel onze economie als het milieu zal daarbij baat hebben.” Zeker te volgen, is de nieuwe start-up Watt4Ever die gebruikte batterijen van electrische wagens ombouwt tot energie-opslagsystemen voor industriële toepassingen. Ook dit bedrijf won deze maand een prestigieuze VBO-prijs : de Belgische Milieu- en Energieprijs (zoals Nnof in 2018).

Op de uitreiking van de Sustainability Professional Award haalde Anne Lenaerts, directeur communicatie bij Nnof, een finaleplaats. Ze wordt zo officieel duurzaamheidsambassadeur.

Duurzaamheid wint aan belang in de bedrijfswereld. Logisch: de onderneming van de toekomst is per definitie duurzaam. Het Verbond van Belgische Ondernemingen en de vzw Time4Society kozen daarom voor de zevende keer de Sustainability toppers van het jaar. Die bekroning gaat naar een inspirerende stem uit het bedrijfsleven die duurzaamheid uitademt.

Uit een poule van 300 kandidaten schopte Anne Lenaerts het tot de laatste drie overblijvers. Anne mag zich voortaan dan ook Sustainability Ambassador noemen. Nele Van Damme (Upgrade Estate) en Bruno Van Steenberghe (Kalani-Home) werden Sustainability Professionals van het jaar.

Geen verrassing, want Anne zet zich al jaren in voor duurzaamheid en circulaire economie. Zo volgde Anne tijdens de pandemie een Solvay-opleiding om te begrijpen wat mensen tegenhoudt om te veranderen. Door hen vervolgens te betrekken bij het verhaal – zelfs noemt ze dat het “Nnoffensief” – probeert ze iedereen mee te krijgen.

Allemaal “Noffen”

Dat uit zich onder meer in het raamcontract dat Nnof afsloot met de Vlaamse overheid. Steden, gemeenten en Vlaamse overheidsdiensten kozen daarmee resoluut voor circulariteit, wat zich het voorbije jaar vertaalde in 3300 geherwaardeerde meubels. “Het toont dat het de overheid menens is met de circulaire gedachte”, aldus Anne. Economie en ecologie gaan voor haar hand in hand. “Nnof zorgt voor veerkracht en wendbaarheid. Met ons verhaal willen we andere ondernemers en klanten inspireren om resoluut diezelfde richting in te slaan. Nnoffen we straks allemaal?”

In november 2019 sloot de Vlaamse overheid met Nnof twee raamcontracten af aangaande het refurbishment van afgedankte kantoormeubelen. Twee jaar later was een van die contracten uitgeput en werd het daardoor opnieuw op de markt gelanceerd. En ook deze keer werd dit raamcontract gegund aan Nnof.

Via de raamcontracten konden diensten van de Vlaamse overheid, inclusief die van openbare instellingen, steden, gemeenten en OCMW’s, beroep doen op expertise van Nnof. Het projectcontract waar ook steden en gemeenten gebruik van konden maken, was in 2021 opgebruikt, maar opnieuw haalde Nnof deze aanbesteding nu binnen. En mag het dus blijven doen waar het uniek in is: oud meubilair een tweede leven schenken. Het andere contract loopt nog zeven jaar.

Anne Lenaerts : “Telkens gaan we na wat de noden zijn, door het bevragen van de teams en het in kaart brengen van de wensen. Vervolgens inventariseren we wat er voorhanden is. Nadien broeden we op de ideeën voor refurbishment en tot slot ontwerpen we een volledig nieuw interieur, en voeren we dit ook uit. Daarbij houden we niet enkel rekening met de functionele noden en wensen van de opdrachtgever, maar ook met het uitzicht of design dat die voor ogen heeft. Creativiteit dragen we hoog in het vaandel. Zo verwerkten we platen uit de WTC-torens tot een zittribune en recycleerden we kantoorkastjes tot lockers. Immer met maximale circulariteit als ultieme doel.”

Goed voor het milieu… en de portefeuille

Met de keuze voor Nnof toont Vlaanderen dat het hen menens is met de circulaire economie. Het draagvlak voor upcycling vergroot alsmaar en de overheid geeft die trend zo een stevige por in de rug. Refurbishment zorgt niet enkel voor een belangrijke milieuwinst – cruciaal als publieke instellingen de groene beloften wil inlossen – maar bespaart eveneens centen. Het budget voor sommige overheidsprojecten kon tot een derde beperkt worden door afgedankt materiaal te recupereren.

Tegen 2030 moet de Belgische CO2-uitstoot met 55 procent verminderen, goed voor 208 miljoen ton minder. De federale regering kondigt nu een extra inspanning van 25 miljoen ton aan.

Op een federale ministerraad in het teken van het klimaat werkte de regering-De Croo een roadmap uit die de forse ambities concretiseert. Er komen extra maatregelen op een heleboel ministeries, van financiën en economie tot transport, energie en ontwikkelingssamenwerking. Met dat pakket trok België naar de Klimaatconferentie COP26 in Glasgow.

Zo moeten de windmolenparken voor de Belgische kust tegen 2030 vier gigawatt aan groene stroom leveren. Wellicht betekent dat meer windmolens. Daarnaast pleit Minister van Energie Tine Van der Straeten (Groen) voor meer verbindingen tussen Belgische en buitenlandse stroomnetten en wil ze verder inzetten op waterstof en andere groene brandstoffen.

Trein en fiets

Ook de fiscaliteit moet vergroenen. De subsidiëring van fossiele brandstoffen dooft langzaam uit, terwijl een ecologisch fonds bedrijven moet helpen om groener te werk te gaan. Gezinnen en kmo’s kunnen beroep doen op een klimaatbonus, gefinancierd met de opbrengsten van de geplande Europese CO2-taks op transport en gebouwen.

Wat mobiliteit betreft, beweegt er veel. De bevoegde minister, Georges Gilkinet (Ecolo), gaat het treinverkeer vergroenen en versterken en de fiets promoten. Hij ziet er eveneens op toe dat de lucht- en scheepvaart tegen 2050 emissievrij zijn. Verder is er een federaal plan uitgewerkt voor de circulaire economie en krijgen de gebouwen en het wagenpark van de overheid een groene makeover.

De uitdagingen van het klimaat vereisen actie. De bouw van kantoren – en het werk dat erin gebeurt – moet anders. Een circulaire aanpak zou een flinke stap vooruit betekenen.

Momenteel is de bouwsector een van de grootste consumenten van energie en ruwe materialen. In de Europese Unie is die naar schatting goed voor 40 procent van de CO2-uitstoot en bijna een derde van het afval. Aan het einde van hun levenscyclus wordt slechts 40 procent van het bouwafval gerecycleerd en opnieuw gebruikt. Vaak als minderwaardige materiaal, bijvoorbeeld voor wegen.

In het licht van de uitdagingen van het klimaat moet het anders. Een shift naar een circulaire aanpak zou een gigantische vooruitgang betekenen. In de bouwsector uit die zich onder meer in het upcyclen van materialen, een herziening van de leveringsketen en een holistische samenwerking tussen investeerders, architecten en bouwondernemingen.

Productiviteitsverhoging

Ook binnen kantoorgebouwen is er ruimte voor verbetering. Het kantoorleven zal er na COVID-19 grondig anders uitzien. Het gaat dan over flexibiliteit, de verhouding tussen traditionele werkposten en ruimte om samen te werken, nieuwe economische zakenmodellen, energie-efficiëntie en meubilair.

Trouwens: de voordelen beperken zich niet enkel tot het milieuaspect. Volgens onderzoek zijn milieuvriendelijke materialen goed voor het welzijn en kunnen ze de productiviteit tot tien procent verhogen. Is een circulaire aanpak binnen de werkomgeving nu nog iets nieuws, dan is die binnen tien jaar volledig ingeburgerd.

In dit webinar van redactiebureau Palindroom laten acht specialisten, waaronder Anne Lenaerts van Nnof, hun licht schijnen op het kantoor van de toekomst.

In dit rondetafelgesprek laten specialisten, waaronder Anne Lenaerts van Nnof, hun licht schijnen op de circulaire bouw in Wallonië en Brussel.

In een grootschalig experiment gingen 2500 IJslanders minder uren werken. Dat leidde tot meer welzijn en een kleinere ecologische impact.

Tussen 2015 en 2019 werkte ruim een procent van de actieve bevolking 36 in plaats van 40 uur. Met de test wilde de Association for Sustainability and Democracy de impact meten van kortere werkuren op het welzijn en de productiviteit van werknemers. In juni geraakten de resultaten bekend in een rapport.

De proefpersonen hadden minder stress en kampten niet zo vaak met burn-outs.
En dat zonder dat hun productiviteit eronder leed. Fijn neveneffect: doordat de IJslanders minder pendelden en spaarzamer energie verbruikten, verkleinde hun ecologische voetafdruk. “Een overweldigend succes”, aldus de onderzoekers.

Ook nu telewerken niet langer verplicht is, houden de meeste Belgische kmo’s eraan vast. Een hybride vorm kan de norm worden.

Luidens een enquête van SD Worx laten vier op vijf kmo’s hun werknemers minstens deels van thuis werken. Slechts acht procent van de bedrijfsleiders staat geen telewerk toe. Daaruit concludeert SD Worx dat een hybride vorm – deels thuis, deels op kantoor – niet snel zal verdwijnen.

“Die cijfers bevestigen dat er geen universele aanpak bestaat”, verduidelijkt Tulay Kasap van SD Worx. “Ondernemingen vinden een evenwicht tussen kantoor- en thuiswerk.” Vlaamse en Brusselse kmo’s geloven meer in de merites van telewerk als troef om talentvol personeel aan boord te houden. Waalse werkgevers zijn er minder van overtuigd.