De Vlaamse overheid is ervan overtuigd dat ze haar oud meubilair beter kan laten opwaarderen om het opnieuw te gebruiken in plaats van alles weg te gooien en volledig nieuw te bestellen. Of ze kan dergelijk gerefurbished meubilair ook extern inkopen. Ze sloot hiervoor twee raamcontracten met Nnof. Met de keuze voor een circulaire kantoorinrichting geeft het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid een zeer belangrijk signaal. Al haar diensten, inclusief die van de openbare instellingen en die van steden en gemeenten en OCMW’s, kunnen via de raamcontracten voor refurbishment kiezen. Daarbij worden zoveel mogelijk meubelen hergebruikt. Lukt dat niet, dan worden de goede onderdelen ervan gerecupereerd om er andere zaken mee te maken. Die keuze zorgt niet alleen voor milieuwinst, de overheid speelt er ook mee in op een maatschappelijke trend. De circulaire economie wordt de norm. Ze laat ook toe om authentiek te zijn. Nnof staat in voor de inventarisatie van wat beschikbaar is, het leveren van ideeën voor een refurbishment, het ontwerpen van het nieuwe interieur met de nodige functionaliteiten en gewenste look & feel, de uitvoering ter plaatse en de veranderbegeleiding. Daarbij wordt een maximaal circulair resultaat beoogd. Zes stappen worden overlopen. Wat verhuist 1 op 1? Wat zetten we na aanpassingen terug in? Wat gebruiken we als grondstof voor andere werkplekken? Wat kopen we nieuw aan? Wat verkopen we of schenken we weg? En wat voeren we af? Voor de uitvoering werkt Nnof met lokale mensen, onder wie sommigen met een sociale achterstand. Is het nodige materiaal niet in de eigen organisatie ter beschikking, dan kan de overheid standaardproducten van Nnof kopen. Elk traject wordt begeleid door een projectmanager van Nnof. Die zorgt ook voor een uitgebreide rapportering met de resultaten op het vlak van CO2-besparing.